ECLI:NL:RBMNE:2025:2594, Rechtbank Midden-Nederland, 07-05-2025, 16/184608-22 — RBMNE:2025:2594
Samenvatting
Medeplegen van diefstal van goederen is bewezen verklaard, ondanks dat medeverdachten het eigendomsrecht hadden op deze goederen. Er was sprake van oogmerk op wederrechtelijke toe-eigening, omdat het wegnemen van de goederen gepaard ging met huisvredebreuk, geweld en bedreiging met geweld. Het eigendomsrecht van de medeverdachten op de goederen heeft wel strafmatigende invloed.
Betrokken advocaten
mr. A.E. Lohuis
verdachte
mr. P. van Minnen
verdachte
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:289, Rechtbank Midden-Nederland, 03-02-2026, 16/034333-25; 16/250914-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:170, Rechtbank Midden-Nederland, 27-01-2026, 16/001157-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:118, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2026, 16.086485.24 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8532, Rechtbank Oost-Brabant, 29-12-2025, C/01/420297 / KG ZA 25-552
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 mei 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
16/184608-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2594