ECLI:NL:RBMNE:2025:3367, Rechtbank Midden-Nederland, 14-07-2025, 11686949 UE VERZ 25-135 — RBMNE:2025:3367
Samenvatting
De werknemer was in dienst bij de werkgever op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 2 mei 2025. Hij is door de werkgever ter beschikking gesteld aan een derde. De werkzaamheden bij deze derde zijn vanaf 7 maart 2025 geëindigd. Partijen verschillen van mening over de vraag of de werkgever de uitzendovereenkomst op 7 maart 2025 heeft opgezegd of dat de werknemer toen zelf ontslag heeft genomen. De kantonrechter oordeelt dat geen van beide situaties zich voordoet en dat de uitzendovereenkomst na 7 maart 2025 is doorgelopen totdat deze op 2 mei 2025 van rechtswege is geëindigd. Het verzoek van de werknemer om vernietiging van de opzegging wordt daarom afgewezen. Zijn verzoek tot betaling van zijn achterstallig loon met wettelijke rente en wettelijke verhoging wordt toegewezen, omdat het voor risico van de werkgever komt dat de werknemer geen werkzaamheden meer heeft verricht. De werkgever had hem namelijk passend en vervangend werk moeten aanbieden, maar heeft dit niet gedaan. Het verzoek van de werknemer tot betaling van een transitievergoeding wordt ook toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:45, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-01-2026, 25/693
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11456, Rechtbank Gelderland, 29-12-2025, ARN 25_509
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7273, Rechtbank Midden-Nederland, 24-12-2025, 25/6370
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7275, Rechtbank Midden-Nederland, 24-12-2025, 25/6601
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 juli 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11686949 UE VERZ 25-135
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:3367