ECLI:NL:RBMNE:2025:4367, Rechtbank Midden-Nederland, 14-08-2025, C/16/595838 / KG ZA 25-308 — RBMNE:2025:4367
Samenvatting
Gedaagde verblijft samen met haar minderjarige kinderen en meerderjarige zoon in een asielzoekerscentrum in Utrecht (hierna: het AZC). Zij hebben een verblijfsvergunning gekregen. Aan een vergunninghouder wordt eenmalig passende huisvesting aangeboden. Gedaagde heeft de aangeboden woning niet geaccepteerd waardoor zij en haar meerderjarige zoon niet langer recht hebben op opvang in een AZC. Het COA vordert dat de verblijfsruimte die gedaagden in het AZC gebruiken wordt ontruimd, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. De voorzieningenrechter wijst de vordering af omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat gedaagden het aanbod tot passende huisvesting ten onrechte hebben geweigerd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6000, Raad van State, 10-12-2025, 202405442/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6343, Rechtbank Midden-Nederland, 25-11-2025, C/16/601682 / KL ZA 25-274
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:5167, Raad van State, 30-10-2025, BRS.25.001605
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19336, Rechtbank Den Haag, 22-10-2025, NL25.33915
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 augustus 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/16/595838 / KG ZA 25-308
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:4367