ECLI:NL:RBMNE:2025:5807, Rechtbank Midden-Nederland, 06-11-2025, UTR 25/4886 — RBMNE:2025:5807
Samenvatting
Voorlopige voorziening. Jeugdwet. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk waarom het college er voor heeft gekozen om een besluit te nemen wat ertoe zal leiden dat de zoon van verzoekster direct zou moeten terugkeren naar huis. Ook is niet duidelijk hoe de perspectieven van de zorginstelling en verzoekster op de huidige situatie van verzoeksters zoon zijn betrokken bij en afgewogen in de besluitvorming. De door verzoekster aangeleverde documenten die dateren van na het besluit, wijzen erop dat het in het belang van de zoon van verzoekster is om niet direct terug te keren naar huis en om zijn basisschooltijd op zijn huidige basisschool af te ronden. Deze documenten zullen in het kader van volledige heroverweging moeten worden betrokken in het besluit op bezwaar. Toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. L.F. Nijenhuis
verzoeker
mr. M. Sukdeo
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6479, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL26.12393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4210, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, NL26.10274
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:175, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.61851 NL25.61860
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:172, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.62070 en NL25.63632
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
UTR 25/4886
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5807