ECLI:NL:RBMNE:2025:6422, Rechtbank Midden-Nederland, 24-09-2025, 568422 — RBMNE:2025:6422
Samenvatting
In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de Overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden, namelijk ten aanzien van het deel waar de variabele vergoeding op ziet. Gedaagde heeft € 9.788.628,80 aan variabele vergoeding gefactureerd aan eiser. Daartegenover stond de prestatie van gedaagde om de daadwerkelijk benodigde capaciteit te leveren (dienst b). Partijen hebben de gelegenheid gehad aktes te nemen over wat volgens hen de waarde van de prestatie van gedaagde voor dienst b is. De rechtbank komt tot de conlsuie dat gedaagde € 2.411.110,18 moet terugbetalen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2024:117, Rechtbank Oost-Brabant, 17-01-2024, C/01/291597 / HA ZA 15-234
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:9928, Rechtbank Den Haag, 05-07-2023, C/09/588958 / HA ZA 20-209
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2023:1002, Rechtbank Oost-Brabant, 15-03-2023, C/01/311480 / HA ZA 16-539
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2023:1001, Rechtbank Oost-Brabant, 15-03-2023, C/01/311473 / HA ZA 16-536
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 september 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
568422
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6422