ECLI:NL:RBMNE:2025:6446, Rechtbank Midden-Nederland, 24-11-2025, UTR 20/3275 en UTR 20/3290 — RBMNE:2025:6446
Samenvatting
De gemeente Utrecht komt op tegen de toekenning van budget voor de uitvoering van de Participatiewet (Pw), IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 voor de jaren 2017 en 2018. Het verdeelmodel wat is gebruikt voor bepaling van het budget heeft volgens de gemeente tot gevolg dat de gemeente Utrecht onevenredig nadeel lijdt ten opzichte van andere gemeenten. De rechtbank overweegt dat het budget voor de gemeente niet kostendekkend hoeft te zijn. De bewijslastverdeling voor de bepaling of sprake is van onevenredig nadeel is niet onevenredig. De rechtbank komt tot het oordeel dat de gemeente met het rapport van Berenschot niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van zodanige tekortkomingen in de verdeelmodellen van 2017 en 2018 dat die hebben geleid tot onevenredig nadeel van de gemeente Utrecht ten opzichte van andere gemeenten. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. M. Rus-van der Velde
eiser
mr. I.M. van der Heijwen
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:671, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-12-2025, 23/1564
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26523, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, SGR 25/1263
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13426, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2025, ROT 24/7959
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6256, Rechtbank Midden-Nederland, 17-10-2025, UTR 25/2178, UTR 25/2606 en UTR 25/2617
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 november 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
UTR 20/3275 en UTR 20/3290
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6446