ECLI:NL:RBMNE:2025:6677, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, 16/294662-24 — RBMNE:2025:6677
Samenvatting
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte aangeefster heeft verkracht (artikel 242 Sr – oud). De rechtbank past het volwassenstrafrecht toe en legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte als bijzondere voorwaarde een contactverbod op met aangeefster. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. M. Lousberg
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:118, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2026, 16.086485.24 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:108, Rechtbank Midden-Nederland, 20-01-2026, 16.407008.24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:84, Rechtbank Midden-Nederland, 19-01-2026, 16/003211-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6913, Rechtbank Midden-Nederland, 23-12-2025, 16/249591.20
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/294662-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6677