ECLI:NL:RBMNE:2025:6680, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, UTR 25/6733 — RBMNE:2025:6680
Samenvatting
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat niet gebleken is van onverwijlde spoed. Eiser zal de vergunningen niet eerder gaan gebruiken dan na de zomer van 2026, en tegen die tijd heeft de rechtbank al lang uitspraak gedaan in de bodemprocedure. Bovendien is intrekking van de vergunningen niet onomkeerbaar. Als daar aanleiding toe is kan het beroep van eiser er immers toe leiden dat de intrekking wordt herroepen, zodat de vergunningen herleven en eiser daar, als hij daar aan toe is, alsnog gebruik van kan maken.
Betrokken advocaten
mr. N.J. van Polanen
verweerder
mr. S. de Graaff
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:646, Raad van State, 04-02-2026, 202400739/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:345, Raad van State, 21-01-2026, 202404880/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6877, Rechtbank Midden-Nederland, 24-12-2025, C/16/601791 / KG ZA 25-548
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6655, Rechtbank Midden-Nederland, 11-12-2025, UTR 25/3901
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
UTR 25/6733
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6680