ECLI:NL:RBMNE:2025:6834, Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025, UTR 25/5847 — RBMNE:2025:6834
Samenvatting
Vovo toegewezen. Verzoekster is niet ten onrechte buiten bijstandsverlening gelaten. Er is geen sprake van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g of h, van de Vw. Zij kan dan ook niet (meer) worden gelijkgesteld met een Nederland en heeft geen recht op bijstand. Op dit moment blijkt uit de reeds overgelegde stukken naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter wel voldoende dat de vaste lasten van verzoekers hun inkomen overstijgt waardoor er een schrijnende situatie is ontstaan. Gelet hierop kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gezegd worden dat het bezwaar voor wat betreft de noodzaak van afstemming op grond van artikel 18, eerste lid, Pw geen redelijke kans van slagen heeft.
Betrokken advocaten
mr. E. Chahid
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1892, Centrale Raad van Beroep, 16-12-2025, 22/1786 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6399, Rechtbank Midden-Nederland, 13-11-2025, UTR 25/5901
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5950, Rechtbank Midden-Nederland, 21-10-2025, UTR 25/4990
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4841, Rechtbank Midden-Nederland, 10-09-2025, 25/883
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 november 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
UTR 25/5847
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6834