Juristi.nl

ECLI:NL:RBMNE:2025:6834, Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025, UTR 25/5847 — RBMNE:2025:6834

Samenvatting

Vovo toegewezen. Verzoekster is niet ten onrechte buiten bijstandsverlening gelaten. Er is geen sprake van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g of h, van de Vw. Zij kan dan ook niet (meer) worden gelijkgesteld met een Nederland en heeft geen recht op bijstand. Op dit moment blijkt uit de reeds overgelegde stukken naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter wel voldoende dat de vaste lasten van verzoekers hun inkomen overstijgt waardoor er een schrijnende situatie is ontstaan. Gelet hierop kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gezegd worden dat het bezwaar voor wat betreft de noodzaak van afstemming op grond van artikel 18, eerste lid, Pw geen redelijke kans van slagen heeft.

Betrokken advocaten

mr. Y. Seyran

verzoeker

Ozkara advocaten, ARNHEM

mr. E. Chahid

verzoeker

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 november 2025

Zaaknummer

UTR 25/5847

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2025:6834

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1080
Rechtbank Midden-Nederland·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1045
Rechtbank Midden-Nederland·18 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1046
Rechtbank Midden-Nederland·18 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1071
Rechtbank Midden-Nederland·16 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1075
Rechtbank Midden-Nederland·12 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht