Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:1147Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Rechter verwerpt handhavingsverzoek burenruzie in Almere — RBMNE:2026:1147

handhavingsverzoek omgevingsrecht / burenruzie / privaatrechtelijke versus bestuursrechtelijke bevoegdheid

Eiser / verzoeker

Twee bewoners uit Almere

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Almere

Het beroep is ongegrond verklaard; de gemeente hoefde niet handhavend op te treden, maar wordt wel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens schending van de hoorplicht.

  • Camera's van buren die ook het perceel van eisers filmen zijn een privaatrechtelijke kwestie; het college heeft geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om daartegen op te treden.
  • Parkeren in de voortuin is volgens het bestemmingsplan toegestaan en vereist geen vergunning; er is geen sprake van een overtreding.
  • De aanleg van een inrit in Almere wordt geregeld via privaatrechtelijke overeenkomst, niet via een omgevingsvergunning, zodat handhaving bestuursrechtelijk niet mogelijk is.
  • De hoorplicht is geschonden door het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond te verklaren, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eisers hun standpunten alsnog in beroep hebben kunnen toelichten.
  • Vanwege de schending van de hoorplicht wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Samenvatting

Een echtpaar uit Almere vroeg de gemeente om handhavend op te treden tegen hun buren vanwege een reeks klachten: camera's die op hun perceel gericht zouden zijn, te hoge coniferen, een illegale opstelplaats in de voortuin, een zelfgemaakt 'niet parkeren'-bord en overlast door fout parkeren. Ook vonden de eisers dat de verhuurder van de buurwoning in strijd handelde met afspraken die met de gemeente waren gemaakt. De gemeente weigerde op te treden omdat de klachten volgens haar geen bestuursrechtelijke overtredingen betroffen, maar privaatrechtelijke kwesties tussen buren.

De rechtbank Midden-Nederland beoordeelde het beroep van het echtpaar op verschillende punten. Allereerst stelde de rechtbank vast dat de gemeente een procedurele fout had gemaakt: het bezwaar van eisers was ten onrechte als 'kennelijk ongegrond' bestempeld, waardoor de gemeente hen niet had gehoord. Dat mag alleen als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat het bezwaar niet kan slagen — en dat was hier niet het geval. Zo bevatten de klachten over de opstelplaats in de voortuin wel degelijk bestuursrechtelijke aspecten die nadere toelichting verdienden. De rechtbank laat dit gebrek echter passeren, omdat eisers hun standpunten uitgebreid hebben kunnen toelichten tijdens de beroepsprocedure. Het echtpaar heeft op zitting zelf bevestigd dat hoor en wederhoor alsnog gewaarborgd was.

Inhoudelijk gaf de rechtbank de gemeente op vrijwel alle punten gelijk. De camera's van de buren die mogelijk ook het perceel van eisers in beeld brengen, zijn een kwestie tussen de twee buren onderling — het college heeft geen bestuursrechtelijke bevoegdheid daartegen op te treden. Hetzelfde geldt voor de te hoge coniferen: ook dat is een privaatrechtelijke aangelegenheid, ongeacht de overlast die eisers daarvan ervaren.

Over de opstelplaats in de voortuin oordeelde de rechtbank dat het bestemmingsplan parkeren op het perceel gewoon toestaat; een vergunning is daarvoor niet vereist. Er is dus geen overtreding. Wat betreft de inrit concludeerde de rechtbank dat Almere geen gemeentelijke verordening kent die een omgevingsvergunning voor een inrit verplicht stelt. De gemeente handelt daarin als grondeigenaar via een privaatrechtelijke overeenkomst — en die overeenkomst ontbreekt voor de bewuste opstelplaats. Dat betekent dat de buren daar weliswaar op hun eigen perceel mogen parkeren, maar dat er officieel geen inrit is en derden dus gewoon langs de stoeprand mogen parkeren.

Ook de klacht over het zelfgemaakte 'niet parkeren'-bord in de voortuin treft geen doel: het gaat om een particulier bord zonder rechtskracht, dat het college niet bestuursrechtelijk kan aanpakken.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond: de gemeente hoefde niet handhavend op te treden. Vanwege de procedurele fout — het ten onrechte niet horen van eisers — veroordeelt de rechtbank de gemeente wel tot vergoeding van de proceskosten en het door het echtpaar betaalde griffierecht.

Betrokken advocaten

mr. L.G.H. Wichern

verweerder

Dirkzwager, ARNHEM

mr. J.R. Versluis

derde-belanghebbenden

Cleerdin & Hamer, AMSTERDAM

mr. N. Alberts

derde-belanghebbenden

Cleerdin & Hamer Advocaten, ALMERE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

UTR 23/5195

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2026:1147

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechtbank bekrachtigt onteigening grond voor TenneT-uitbreiding Breukelen
Rechtbank Midden-Nederland·3 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Beroep omwonenden tegen schapenloods in Papekop faalt
Rechtbank Midden-Nederland·30 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Utrechtse man verliest handhavingsstrijd over scheefstaande scheidingsmuur
Rechtbank Midden-Nederland·27 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter wijst verzoek buren af tegen aanbouw woning Gooise Meren
Rechtbank Midden-Nederland·26 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter vernietigt dwangsom bakkerij Gooise Meren na verleende omgevingsvergunning
Rechtbank Midden-Nederland·26 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht