Beroep omwonenden tegen schapenloods in Papekop faalt — RBMNE:2026:1192
omgevingsvergunning / agrarisch bouwen / bestemmingsplan
Eiser / verzoeker
Drie omwonenden uit Papekop / omgeving
Verweerder / gedaagde
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater
De rechtbank verklaart alle drie de beroepen ongegrond; de verleende omgevingsvergunning voor de schapenloods en werktuigenberging blijft in stand.
- Procesbelang gaat automatisch over op nieuwe eigenaar bij overdracht woning; oorspronkelijke eiser hoeft dit niet nader toe te lichten.
- Bestemmingsplan beperkt het aantal hoofdgebouwen of agrarische bedrijven per bouwvlak niet; de planregels staan meerdere bedrijfsgebouwen toe.
- Kadastrale percelen van vergunninghouder en eiser 3 zijn niet als ruimtelijk geheel aan te merken bij gebrek aan aantoonbare samenhang.
- Het college beslist op de aanvraag zoals ingediend; vermoedens over ander gebruik zijn onvoldoende onderbouwd en vormen een handhavingsvraagstuk.
Samenvatting
Drie omwonenden van een perceel aan de rand van Papekop, een kleine kern in de gemeente Oudewater, spanden een rechtszaak aan tegen de gemeente. Die had een omgevingsvergunning verleend aan een agrarische maatschap voor de bouw van een schapenloods en een werktuigenberging. De buurtbewoners vonden dat de vergunning nooit afgegeven had mogen worden.
Voordat de rechtbank toekwam aan de inhoud van de zaak, moest ze eerst oordelen over de vraag of alle drie de eisers wel ontvankelijk waren. De gemeente stelde dat de eerste eiser zijn belang had verloren omdat hij zijn woning had verkocht. De rechtbank verwierp dat standpunt: wanneer een woning van eigenaar wisselt, gaat het procesbelang automatisch mee over op de nieuwe eigenaar. De oorspronkelijke eiser hoefde zijn belang dan ook niet apart te beargumenteren. Ook de bezwaren van de gemeente tegen de twee andere eisers — dat zij geen kopieën van de besluiten hadden overgelegd en dat niet duidelijk was of de beroepsgronden ook namens de derde eiser waren ingediend — werden door de rechtbank verworpen, omdat de gebreken tijdig waren hersteld.
Inhoudelijk voerden de eisers meerdere argumenten aan. Zij stelden dat het bestemmingsplan slechts één hoofdgebouw per perceel en één agrarisch bedrijf per bouwvlak toestaat. De maatschap deelt een bouwvlak met een van de eisers, en er staan al gebouwen op het aangrenzende perceel. Volgens de omwonenden moesten de twee kadastrale percelen als een ruimtelijk geheel worden beschouwd, waardoor de nieuwe loods in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.
De rechtbank volgde die redenering niet. De planregels bevatten geen expliciete beperking op het aantal hoofdgebouwen of agrarische bedrijven per bouwvlak. Integendeel: de regels bepalen uitdrukkelijk dat er geen maximaal aantal geldt voor overige bedrijfsgebouwen. Ook van ruimtelijke samenhang tussen de twee kadastrale percelen was de rechtbank niet gebleken.
Daarnaast betoogden de eisers dat de aanvraag niet klopte met de werkelijke situatie. Ze twijfelden eraan of het inderdaad ging om een grondgebonden schapenhouderij, en suggereerden dat de nieuwe gebouwen feitelijk bedoeld waren voor de opslag van materiaal ten behoeve van een intensieve varkenshouderij die elders wordt geëxploiteerd. Opslag voor derden is op grond van het bestemmingsplan namelijk niet toegestaan.
Ook dit argument werd door de rechtbank terzijde geschoven. Het college mag en moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Uit de aanvraag en de bijbehorende stukken blijkt niet dat de loods anders gebruikt zal worden dan vergund. De eisers hadden hun vermoedens niet met stukken onderbouwd. Als de loods later toch in strijd met de vergunning wordt gebruikt, is dat een kwestie van handhaving — niet van vergunningverlening.
De rechtbank verklaarde de beroepen van alle drie de eisers ongegrond. De omgevingsvergunning voor de schapenloods en werktuigenberging in Papekop blijft daarmee in stand.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:960, Rechtbank Noord-Holland, 02-02-2026, HAA 25/6087 en HAA 26/291
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5965, Raad van State, 10-12-2025, 202405456/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18139, Rechtbank Den Haag, 03-10-2025, 24/6815
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21317, Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, 24/7276
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
UTR 24/6973, UTR 25/1184 en UTR 25/1185
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1192