Utrechtse man veroordeeld als tussenpersoon bij gewelddadige woningoverval — RBMNE:2026:1284
diefstal met geweld / woningoverval / medeplegen / wederrechtelijke vrijheidsberoving
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (mr. F.B. Koolhof)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk; vrijgesproken van afpersing.
- Verdachte fungeerde als tussenpersoon bij het organiseren van vervoer voor de daders van de woningoverval en coördineerde actief via WhatsApp
- Rechtbank aanvaardde voorwaardelijk opzet: verdachte sloot bewust de ogen voor de aanmerkelijke kans dat hij aan een misdrijf meewerkte
- Vrijspraak voor afpersing (feit 2), bewezenverklaring van medeplegen diefstal met geweld (feit 1) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 3)
- Verweer dat bijdrage onvoldoende zwaarwegend was voor medeplegen werd verworpen op basis van chatbewijzen die actieve betrokkenheid aantoonden
Samenvatting
Op 25 juli 2025 werd een bewoner in Leerdam in zijn woning overvallen. De dader — medeverdachte [medeverdachte 1] — drong de woning binnen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bond de bewoner vast en verliet de woning na enige tijd. De overval was het eindpunt van een keten van afspraken waarbij de verdachte een cruciale schakelrol vervulde.
De verdachte werd die middag via WhatsApp benaderd door iemand die hij kende als online-gamingcontact en die hij nooit persoonlijk had ontmoet. Deze persoon vroeg hem een chauffeur te regelen die twee mannen zou ophalen en ergens afzetten, met de belofte van financieel gewin. Toen niemand in zijn directe vriendenkring beschikbaar was, schakelde de verdachte via een hashdealer een andere contactpersoon in, die hem doorverwees naar medeverdachte [medeverdachte 2]. Die laatste zorgde vervolgens voor medeverdachte [medeverdachte 3] als feitelijke chauffeur en stelde zijn auto beschikbaar.
Uit de berichtenuitwisseling die op de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] werd aangetroffen, blijkt dat de verdachte actief betrokken bleef bij de coördinatie. Hij stuurde de naam van de bushalte door, vroeg of de ophaalactie gelukt was en sprak af die avond nog samen te komen. Nadat medeverdachte [medeverdachte 3] meldde dat de mannen met lege tassen naar binnen waren gegaan en met volle tassen naar buiten, ging de verdachte hierover in discussie met zijn opdrachtgever. Hij uitte zijn ergernis dat hij 'genaaid' werd en wilde weten wat er precies was meegenomen.
De verdachte stelde dat hij niet wist waar hij aan meewerkte. Zijn advocaat voerde aan dat zijn bijdrage te licht was voor medeplegen, dat er geen voltooide diefstal bewezen kon worden en dat de verdachte geen opzet had op de strafbare feiten. De rechtbank verwierp deze verweren. Zij stelde vast dat de verdachte bewust de ogen had gesloten voor de aanmerkelijke kans dat hij meehielp een misdrijf mogelijk te maken: hij wist immers dat het '9 van de 10 keer goed gaat', een formulering die hij zelf doorgaf aan medeverdachte [medeverdachte 2]. De chatberichten toonden bovendien aan dat hij actief de voortgang volgde, informatie doorspeelde en na afloop opheldering eiste over de buit.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld en aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Van de afpersing werd hij vrijgesproken, in lijn met de vordering van de officier van justitie. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Utrechtse man veroordeeld voor rol als tussenpersoon bij woningoverval Leerdam
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Jongeman veroordeeld als chauffeur bij gewapende woningoverval in Leerdam
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Leerdamse woningovervaller veroordeeld voor beroving, afpersing en vrijheidsberoving
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:145, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2026, 16/347020-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16.221239.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1284