Leerdamse woningovervaller veroordeeld voor beroving, afpersing en vrijheidsberoving — RBMNE:2026:1286
woningoverval / diefstal met geweld / afpersing / wederrechtelijke vrijheidsberoving / bezit verdovende middelen
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld, afpersing, wederrechtelijke vrijheidsberoving en bezit van MDMA; de concrete strafmaat blijkt niet uit de aangeleverde tekst.
- Rechtbank acht voltooide diefstal met geweld bewezen op basis van aangifte slachtoffer, ondersteund door verklaring verdachte zelf en IMEI-wijziging gestolen telefoon
- Rechtbank gaat verder dan officier van justitie en verdediging en acht ook voltooide afpersing bewezen: overdracht van €100 onder bedreiging met vuurwapen is een voltooid delict
- Medeplegen bewezen doordat verdachte tijdens de overval via FaceTime werd aangestuurd door een onbekend gebleven derde persoon
- Verdachte tevens veroordeeld voor wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens het meerdere malen vastbinden van het slachtoffer
- Verdachte vrijgesproken van afpersing conform vordering OvJ — maar rechtbank herstelt dit ambtshalve door afpersing alsnog bewezen te verklaren
Samenvatting
Op 25 juli 2025 werd een bewoner in Leerdam in zijn eigen woning overvallen door een gewapende man. De dader drong de woning binnen terwijl het slachtoffer de deur probeerde te sluiten, richtte meteen een vuurwapen op zijn hoofd en vroeg waar de kluis was met 'twee à drie ton'. Gedurende de overval bond de dader het slachtoffer meerdere malen vast — met een theedoek, een telefoonoplader en een veter — en doorzocht hij de woning op zoek naar geld en waardevolle spullen.
De verdachte, een in 1981 geboren man, gaf zelf toe dat hij de woning was binnengegaan, een vuurwapen bij zich had, daarmee had gedreigd en het slachtoffer had vastgebonden. Ook bekende hij dat hij tijdens de overval via FaceTime contact had met een andere persoon die hem aanstuurde om goed te zoeken naar geld en de bankrekening van het slachtoffer te controleren. Het slachtoffer hoorde dit gesprek mee, omdat de verdachte op speaker stond.
De verdachte nam een kistje met zilveren munten, acht à negen horloges, het paspoort en de telefoon van het slachtoffer mee. Ook had hij eerder al honderd euro van het slachtoffer afgedwongen. Vervolgens bedreigde hij het slachtoffer dat hij zijn zaak op zou blazen als hij naar de politie zou gaan, en verliet hij de woning.
De rechtbank beoordeelde zowel de betrouwbaarheid van de aangifte als de vraag of de feiten voltooide misdrijven waren. De verdediging stelde dat de verklaringen van het slachtoffer onvoldoende bewijs opleverden voor een voltooide diefstal, omdat de verdachte ontkende goederen te hebben meegenomen. De rechtbank verwierp dit verweer: de verklaring van het slachtoffer werd op cruciale punten bevestigd door de verdachte zelf, en het feit dat het IMEI-nummer van de gestolen telefoon de dag na de overval was gewijzigd, ondersteunde de verklaring over de meeggenomen telefoon.
Opvallend is dat de rechtbank op dit punt verder ging dan zowel de officier van justitie als de verdediging. Beiden gingen ervan uit dat de afpersing niet bewezen kon worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat het overdragen van honderd euro door het slachtoffer onder bedreiging van een vuurwapen een voltooide afpersing oplevert — ook al had het slachtoffer dit detail niet herhaald bij de rechter-commissaris.
De zaak maakt deel uit van een breder onderzoek waarbij meerdere verdachten betrokken zijn. Zo reed medeverdachte medeverdachte 1 de verdachte kort voor de overval met de auto naar de woning van het slachtoffer. Die auto stond op naam van een andere medeverdachte, en chatberichten tussen de betrokkenen wezen op hun onderlinge betrokkenheid bij de overval. De identiteit van de persoon waarmee de verdachte tijdens de overval via FaceTime communiceerde, is niet vastgesteld.
De rechtbank veroordeelde de verdachte voor het medeplegen van diefstal met geweld, het medeplegen van afpersing, het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het bezit van 101,33 gram MDMA dat op 13 augustus 2025 in Arnhem bij hem werd aangetroffen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:145, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2026, 16/347020-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5697, Rechtbank Midden-Nederland, 03-11-2025, 16/054526-25 en 16/206452-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8347, Rechtbank Amsterdam, 21-10-2025, 13-332412-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6875, Rechtbank Amsterdam, 17-09-2025, 13-332412-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16.222805.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1286