Almeerse man vrijgesproken van verkrachting, wel veroordeeld voor diefstal en andere feiten — RBMNE:2026:1297
strafrecht / verkrachting, diefstal, hondenoverlast, vernieling, weigering medewerking
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte vrijgesproken van verkrachting en mishandeling, maar veroordeeld voor diefstal van een telefoon, niet terughouden van aanvallende hond, vernieling en weigering drugstest.
- Vrijspraak voor verkrachting wegens wisselende verklaringen aangeefster en niet uit te sluiten alternatief scenario bij DNA-onderzoek
- Vrijspraak voor mishandeling met hond wegens tegenstrijdige getuigenverklaringen en onvoldoende bewijs voor hondenbeet
- Diefstal telefoon bewezen via signalementsovereenkomst bijnaam, hond en woonwijk, bevestigd door wijkagent
- Verdachte veroordeeld voor niet terughouden van aanvallende Rottweiler, vernieling ruit Leger des Heils en weigering drugstest
- Twee kleine winkeldiefstallen in oktober 2025 eveneens bewezen verklaard
Samenvatting
Een man uit Almere stond terecht voor een reeks ernstige feiten: verkrachting, diefstal van een telefoon, mishandeling met een hond, vernieling en weigering mee te werken aan een drugstest. De rechtbank Midden-Nederland deed op 1 april 2026 uitspraak in deze complexe zaak met meerdere parketnummers.
Het zwaarste feit, verkrachting, kon de rechtbank niet bewezen achten. De aangeefster had op verschillende punten wisselend verklaard, en de verdachte had een alternatief scenario geschetst dat op basis van het DNA-onderzoek niet kon worden uitgesloten. Die twijfel was voor de rechtbank doorslaggevend: bij gebrek aan overtuiging volgde vrijspraak.
Ook van mishandeling met zijn hond op 19 juni 2025 werd de man vrijgesproken. De verklaringen van de aangever en een getuige spraken elkaar tegen over de precieze geweldshandelingen en de plek van de hondenbeet. Bovendien vond de rechtbank de foto van de wond niet overtuigend genoeg om vast te stellen dat het daadwerkelijk om een hondenbeet ging.
Wel bewezen achtte de rechtbank dat de verdachte de telefoon van de aangeefster had gestolen. Hij was bij haar thuis geweest, en daarna dook de telefoon op bij een handelaar waar een bekende van de verdachte het toestel aanbood. Die bekende had de telefoon gekregen van iemand die de bijnaam 'Lange' droeg, een grote Rottweiler had en in de Danswijk woonde — een signalement dat naadloos paste bij de verdachte. Een wijkagent bevestigde dit beeld ambtshalve.
Over het hondenfeit op 19 juni 2025 oordeelde de rechtbank anders dan bij de mishandeling. Hoewel de verdachte werd vrijgesproken van het actief ophitsen van zijn hond, stond wel vast dat zijn Rottweiler iemand aanviel en dat de verdachte niets deed om het dier tegen te houden. Dat nalaten is strafbaar als overtreding van de APV-bepaling over gevaarlijke honden. Verder bekende de verdachte zelf een ruit van het Leger des Heils te hebben vernield en weigerde hij op diezelfde dag botweg mee te werken aan een adem- en drugstest, waarvoor hij de politie op grove wijze de deur wees.
Daarnaast stond de verdachte terecht voor twee kleine diefstallen in oktober 2025: een sixpack bier uit een Albert Heijn en spullen van een particulier. Ook die feiten werden bewezen verklaard.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De vordering van de benadeelde partij werd gedeeltelijk toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6751, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, 16/025323-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6573, Rechtbank Midden-Nederland, 10-12-2025, 16/167077-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6562, Rechtbank Midden-Nederland, 09-12-2025, 16-090562-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6350, Rechtbank Midden-Nederland, 26-11-2025, 16.060573.25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/076064-25; 16/193854-25 (t.t.z. gevoegd); 16-276678-25 (t.t.z. gevoegd); 16/354599-24 (vord. tul)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1297