Almeerse jongere veroordeeld voor afpersingspoging en openlijke geweldpleging — RBMNE:2026:1382
jeugdstrafrecht / poging tot afpersing / openlijke geweldpleging
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (mr. S. Lanning-Stein)
Verweerder / gedaagde
Verdachte (minderjarige, geboren 2008)
Verdachte veroordeeld voor poging tot afpersing in vereniging en openlijke geweldpleging; noodweerverweer verworpen, jeugddetentie en werkstraf opgelegd.
- Verdachte bekende poging tot afpersing waarbij hij een (nep)vuurwapen op slachtoffers richtte en dreigend om geld vroeg.
- Openlijke geweldpleging bewezen op basis van getuigenverklaringen en videobeelden waarop verdachte stampende en slaande bewegingen richting slachtoffer maakt.
- Noodweerverweer verworpen: confrontatie werd gestart vanuit de groep van verdachte zelf, zijn handelingen waren aanvallend en niet verdedigend.
- Verdachte liep al een eerdere voorwaardelijke veroordeling; de vordering tot tenuitvoerlegging werd (deels) behandeld.
- Vier benadeelde partijen dienden een schadevergoedingsvordering in via Slachtofferhulp Nederland.
Samenvatting
Een minderjarige jongen uit Almere stond terecht voor twee geweldsincidenten die zich in de zomer van 2025 afspeelden. De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak op een besloten jeugdzitting in maart 2026.
Het eerste incident dateert van 16 juli 2025. De verdachte drong samen met een medeverdachte een snackbar in Almere binnen met de bedoeling geld of goederen af te persen. Daarbij richtte hij een vuurwapen — of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp — op de aanwezigen en toonde hij een mes. Hij riep dreigend 'geld geven, geld geven'. De afpersing werd niet voltooid, maar het betreft desondanks een strafbare poging. De verdachte bekende dit feit volmondig; zijn advocaat voerde geen verweer.
Het tweede incident vond plaats op 9 juni 2025, nabij een supermarkt in Almere. Een groep van zo'n zeven à acht jongens, waartoe de verdachte behoorde, liep af op een groepje van drie anderen. Iemand uit de groep van de verdachte probeerde de fatbike van één van hen mee te nemen. Toen het slachtoffer ingreep om dat te voorkomen, ontstond een vechtpartij: de vriend van de verdachte deelde de eerste klap uit, waarna de hele groep het slachtoffer begon te slaan en schoppen. De verdachte mengde zich in dit geweld. Op videobeelden was te zien hoe hij stampende en slaande bewegingen in de richting van het slachtoffer maakte.
De verdediging betoogde dat er bij het tweede feit sprake was van noodweer: de verdachte zou zijn vriend hebben proberen te helpen, die zelf in een gevecht was beland. De rechtbank verwierp dit verweer. De confrontatie was immers begonnen vanuit de groep van de verdachte zelf — die liep op het slachtoffer af en probeerde diens vriend zijn fiets af te pakken. De eerste klap viel ook aan de kant van de verdachte. Van een noodzakelijke verdediging tegen een wederrechtelijke aanval was geen sprake; de handelingen waren aanvallend van aard.
Bij de strafbepaling speelde mee dat de verdachte minderjarig is en dat er een eerdere voorwaardelijke veroordeling liep. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een jeugddetentie van 120 dagen, waarvan een deel voorwaardelijk, en legde daarnaast een werkstraf op. De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf werd deels toegewezen. Aan de vier benadeelde partijen werd een schadevergoeding toegewezen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:195, Rechtbank Midden-Nederland, 28-01-2026, 16/132071-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11619, Rechtbank Gelderland, 31-10-2025, C/05/458599 / KG RK 25-788 en C/05/458600 / KG RK 25-789
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5626, Rechtbank Midden-Nederland, 31-10-2025, 16/134488-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5319, Rechtbank Midden-Nederland, 13-10-2025, UTR 25/305
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16.218459.25; 16.224905.25 (gev. ttz); 16.053880.23 (vord. tul) (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1382