ECLI:NL:RBMNE:2026:356, Rechtbank Midden-Nederland, 11-02-2026, C/16/555152 / HA ZA 23-289 — RBMNE:2026:356
Samenvatting
Bayer heeft een permanente sterilisatiemethode voor vrouwen ontwikkeld. Bij deze methode plaatste een gynaecoloog een spiraalachtig implantaat, Essure, in de eileiders van de vrouw. De Stichting komt op voor alle vrouwen die in Nederland Essure geïmplanteerd hebben gekregen. Volgens de Stichting c.s. is Essure onveilig en heeft Bayer daar onvoldoende onderzoek naar gedaan. Essure veroorzaakt gezondheidsklachten bij de vrouwen en daar zijn de vrouwen onvoldoende voor gewaarschuwd. Een substantieel aantal vrouwen heeft de keuze gemaakt om Essure operatief te laten verwijderen en ondervindt sindsdien geen klachten meer of een afname daarvan. Om te bereiken dat deze vrouwen een schadevergoeding krijgen, en de Zorgverzekeraars worden gecompenseerd voor de medische kosten, is de Stichting c.s. deze massaschadeprocedure tegen Bayer gestart. Bayer bestrijdt dat zij aansprakelijk is tegenover de vrouwen. Zij is van mening dat Essure een veilig product is en dat de klachten die de vrouwen hebben niet door Essure komen. Zowel de Stichting c.s. als Bayer beroepen zich op medisch-wetenschappelijke onderzoeken ter onderbouwing van hun stellingen. Over de zeggingskracht en relevantie van deze onderzoeken hebben partijen uitvoerig debat gevoerd. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank in dit vonnis tot de conclusie dat zij eerst meer informatie nodig heeft, voordat zij kan beslissen of de klachten van de vrouwen veroorzaakt worden door Essure en of Essure gebrekkig is. Om daarover meer duidelijkheid te krijgen, moet Bayer nadere informatie aanleveren en zal de rechtbank een commissie van deskundigen benoemen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:1209)
Betrokken advocaten
Lemstra Van der Korst, AMSTERDAM
Lemstra Van der Korst, AMSTERDAM
Lemstra Van der Korst, AMSTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3671, Gerechtshof Amsterdam, 15-12-2025, 200.361.519/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:11274, Rechtbank Rotterdam, 24-09-2025, C/10/616293 / HA ZA 21-315
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:9031, Rechtbank Noord-Holland, 11-08-2025, C/15/367249 / KG ZA 25-451
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:1209, Rechtbank Midden-Nederland, 26-03-2025, C/16/555152 / HA ZA 23-289
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 februari 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/16/555152 / HA ZA 23-289
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:356