ECLI:NL:RBMNE:2026:947, Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2026, UTR 25/5002 — RBMNE:2026:947
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een interne verbouwing van de begane grond van hun pand. Eisers voeren primair aan dat het gebruik van de begane grond voor wonen onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan valt. Subsidiair voeren eisers aan dat het college met de eerder verleende omgevingsvergunning voor het vernieuwen van het kozijn in de voorgevel impliciet vrijstelling heeft verleend voor het gebruik van de begane grond als woonruimte. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van het college een motiveringsgebrek bevat, omdat het college bij de beoordeling van de aanvraag er ten onrechte van uit is gegaan dat ten tijde van de peildatum nog geen woongebruik op de begane grond plaatsvond, waardoor het college een nieuw besluit op de aanvraag van eisers dient te nemen.
Betrokken advocaten
mr. N.J. van Polanen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:345, Raad van State, 21-01-2026, 202404880/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6680, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, UTR 25/6733
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6655, Rechtbank Midden-Nederland, 11-12-2025, UTR 25/3901
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14564, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, ROT 23/4065
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
UTR 25/5002
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:947