ECLI:NL:RBNHO:2017:4474, Rechtbank Noord-Holland, 24-05-2017, AWB - 16 _ 5358 — RBNHO:2017:4474
Samenvatting
Omdat eiseres bij het op de Europese markt brengen van hout zou hebben nagelaten het stelsel van zorgvuldigheidseisen als bedoeld in de Houtverordening EU nr.995/2010 (de Houtverordening) volledig te doorlopen/toe te passen, heeft verweerder besloten om handhavend tegen eiseres op te treden door oplegging van een last onder dwangsom. De rechtbank oordeelt dat het stelsel van zorgvuldigheidseisen voldoende duidelijk is beschreven in de Houtverordening zelf. Dit stelsel van zorgvuldigheidseisen brengt met zich mee dat eiseres gehouden is om verifieerbare gegevens te overleggen over de herkomst van het hout, van de kap tot het moment waarop- het op de Europese markt wordt gebracht, zodanig, dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat de kap van het hout in overeenstemming is met de plaatselijke wet-, en regelgeving. Dit stelsel van zorgvuldigheidseisen brengt voorts met zich mee dat een risico-inventarisatie, -analyse en inschatting moet worden gemaakt en dat zo nodig risico-beperkende maatregelen worden genomen. De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende heeft voldaan aan de verplichting om voldoende verifieerbare informatie te verzamelen. Daardoor is de herkomst van de partij hout niet vast te stellen, waardoor ook geen risico-inventarisatie, -analyse en -inschatting kan worden gemaakt die voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Daarbij oordeelt de rechtbank dat eiseres verzuimd heeft om risico- beperkende maatregelen te treffen, terwijl eiseres wist dat het hout afkomstig was uit een land waar het risico op corruptie significant hoog is. De rechtbank kan verweerder daarom volgen in de stelling dat het in de Houtverordening voorgeschreven stelsel van zorgvuldigheidseisen niet volledig is doorlopen/toegepast, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 2, eerste luid, van het Besluit Uitvoering Houtverordening. Verweerder was daarom bevoegd daartegen handhavend op te treden.
Betrokken advocaten
mr. M.J. Faro
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:10691, Rechtbank Rotterdam, 04-09-2025, C/10/703243 / KG ZA 25-725
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:119, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-01-2025, 200.335.727_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7219, Rechtbank Amsterdam, 26-11-2024, C/13/758414 / KG ZA 24-876
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2023:7252, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-10-2023, C/02/412627 / KG ZA 23-390
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 mei 2017
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; Europees BestuursrechtZaaknummer
AWB - 16 _ 5358
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2017:4474