Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2018:10076Civiel Recht

ECLI:NL:RBNHO:2018:10076, Rechtbank Noord-Holland, 17-09-2018, C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649 — RBNHO:2018:10076

Samenvatting

Twee gevoegde procedures in kort geding. In de ene procedures hebben diverse schuldeisers van een failliete vennootschap, waarvan het faillissement inmiddels is opgeheven, jegens de (voormalig) curator in dat faillissement een vordering ingesteld op grond van artikel 843a Rv tot inzage in rapporten, verslagen en andere documenten waarin de bevindingen van de curator en derden omtrent de oorzaken van het faillissement zijn opgenomen. De bestuurder van de voormalig failliet probeert dit te verhinderen door op zijn beurt een vordering tot afgifte op grond van artikel 193 lid 3 Fw in te stellen en daarnaast een verbod te vorderen tot afgifte aan derden. De voorzieningenrechter heeft de vordering van de schuldeisers toegewezen omdat zij voldoende hadden onderbouwd dat zij, in verband met mogelijk in te stellen vorderingen jegens de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet op grond van bestuurdersaansprakelijkheid, een rechtmatig belang hebben bij inzage in de (financiële) administratie van de failliet voor zover die door de accountant in het kader van het oorzakenonderzoek van de curator is beoordeeld. Zij hebben gemotiveerd uiteengezet dat en waarom zij reden hebben om te vermoeden dat en waarom de voormalig (indirect) bestuurder van de failliet jegens hen als schuldeisers van de failliet onrechtmatig heeft gehandeld. Deze bescheiden zijn voldoende bepaald en hebben ook betrekking op de rechtsbetrekkingen die tussen de schuldeisers en de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet bestaan, voor zover deze bestaat uit het samenstel van rechtsfeiten dat gezamenlijk het gestelde onrechtmatig handelen zou kunnen vormen. Dat gewichtige redenen zich tegen afgifte van deze bescheiden verzetten is door de curator noch door de voormalige (indirect) bestuurder van de failliet gesteld en is ook overigens niet gebleken. De vordering tot afgifte van de bestuurder van de voormalig failliet wordt eveneens toegewezen, zij het in die zin dat aan hem (slechts) een kopie van de administratie die nog bij de curator in bezit is wordt afgegeven. Het gevorderde verbod tot afgifte aan derden wordt afgewezen.

Betrokken advocaten

mr. V.G.M. Leferink

eiser

Florent, AMSTERDAM

mr. L.P. Kortmann

eiser

RESOR, AMSTERDAM

mr. M.S.F. Loor

eiser

Duijn Bloem Voss Advocaten, ZAANDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 september 2018

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/15/275861 / KG ZA 18-495 en C/15/277862 / KG ZA 18-649

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2018:10076

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:2793
Rechtbank Noord-Holland·13 mrt 2026
Civiel Recht
RBNHO:2026:2633
Rechtbank Noord-Holland·11 mrt 2026
Civiel Recht
RBNHO:2026:2710
Rechtbank Noord-Holland·11 mrt 2026
Civiel Recht