ECLI:NL:RBNHO:2019:8821, Rechtbank Noord-Holland, 18-10-2019, AWB - 16 _ 4488 — RBNHO:2019:8821
Samenvatting
In geschil is of terecht inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking is genomen bij het opleggen van de aanslagen IB/PVV. De rechtbank bevestigt deze vraag. Met het toestaan van beëindiging van de huur en het rechtstreeks verhuren van het pand hebben de aandeelhouders zich een voordeel laten ontgaan. Dit moet worden aangemerkt als winst uit aanmerkelijk belang. Er is sprake van een winstuitdeling. De bevoordeling is terecht in de onderhavige jaren in aanmerking genomen. Eiser heeft recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek om toekenning van een integrale proceskostenvergoeding wijst de rechtbank af.
Betrokken advocaten
mr. H.W.G. Sweerts
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9088, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, 24/3937
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9091, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, 24/3936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9090, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, 24/3935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7998, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 24/1260
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 oktober 2019
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
AWB - 16 _ 4488
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2019:8821