ECLI:NL:RBNHO:2021:8866, Rechtbank Noord-Holland, 20-09-2021, NL21.11426 en NL21.11427 — RBNHO:2021:8866
Samenvatting
Iraakse asielzoeker, Dublinverordening/België, onverplicht overnameverzoek artikel 17 DV. België heeft middels een claimakkoord toestemming gegeven om eiser over te dragen aan België op grond van de Dublinverordening. Eiser heeft verweerder verzocht Duitsland te verzoeken om de asielaanvraag onverplicht over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening omdat zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen in Duitsland in een herhaalde asielprocedure zitten. Verweerder heeft er niet voor gekozen om dit verzoek aan Duitsland te doen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van humanitaire gronden op grond waarvan verweerder Duitsland had moeten verzoeken eisers asielaanvraag over te nemen (op grond van artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening). Verweerder heeft geen, dan wel onvoldoende, rekenschap gegeven van de bijzondere en zwaarwegende belangen van eisers twee minderjarige kinderen. Dit klemt temeer gezien de met stukken aangetoonde (en door verweerder niet betwiste) medische problematiek van eisers oudste minderjarige dochter en de echtgenote van eiser. Eisers echtgenote heeft getracht zichzelf en haar kinderen om het leven te brengen en is hiervoor in een psychiatrische instelling opgenomen geweest nadat eiser (gedwongen) door Duitsland is uitgezet naar België. Eisers dochters hebben daardoor in een crisisplaats voor minderjarigen moeten verblijven. Eisers oudste minderjarige dochter wilde zich van het leven beroven door uit het raam te springen. De rechtbank is van oordeel dat het gelet op deze omstandigheden onmiskenbaar in het belang van eisers minderjarige kinderen is om herenigd te worden met hun vader en samen te zijn gedurende hun lopende opvolgende asielprocedure. Voor zover verweerder stelt dat België al twee keer eerder tevergeefs heeft verzocht om overname, stelt de rechtbank vast dat de situatie op dit moment wezenlijk anders is dan toen, gelet op de medische problematiek die is ingetreden na de laatste uitzetting van eiser uit Duitsland en dit in redelijkheid een nieuw verzoek om overname rechtvaardigt. Voor zover verweerder stelt dat het op de weg van eiser ligt om na overdracht aan België in België te verzoeken om toepassing te geven aan artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening, is de rechtbank van oordeel dat dit in strijd is met een van de doelen van de Dublinverordening, namelijk een snelle en doelmatige vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Een dergelijke handelwijze levert een niet gerechtvaardigde vertraging op en laat ook weer zien dat er onvoldoende oog is van de zijde van verweerder voor de belangen van de minderjarige kinderen en de humanitaire situatie in dit geval. De stelling van verweerder dat het voor rekening en risico voor eiser komt dat hij en zijn gezin op dit moment gescheiden zijn, omdat zij bewust afzonderlijk van elkaar de Europese Unie zijn binnen gekomen en zijn doorgereisd, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Eiser is inderdaad eerst hierheen gekomen en vervolgens zijn eisers echtgenote en hun twee kinderen naar Europa gereisd. Het was vanwege gebrek aan financiële middelen niet mogelijk om samen naar Europa te reizen, waardoor eiser noodgedwongen zijn gezin heeft achtergelaten. Deze verklaring maakt de precaire familiesituatie des te duidelijker.
Betrokken advocaten
mr. M. van Nijnatten
eiser
mr. A. Spel
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:13241, Rechtbank Den Haag, 17-06-2025, C/09/668401 / HA RK 24-394
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RVS:2025:734, Raad van State, 26-02-2025, 202307511/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:650, Rechtbank Den Haag, 21-01-2025, NL23.9964
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2024:5362, Raad van State, 24-12-2024, 202305212/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 september 2021
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL21.11426 en NL21.11427
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:8866