ECLI:NL:RBNHO:2022:8824, Rechtbank Noord-Holland, 26-07-2022, HAA 20/6408 — RBNHO:2022:8824
Samenvatting
Niet in geschil is dat de geneesmiddelen van derde-partijen dezelfde werkzame stoffen ezetimibe en atorvastatine bevatten als het geneesmiddel Atozet, waarvoor al een vergunning voor het in de handel brengen is verleend. Nu deze werkzame stoffen al eerder met therapeutisch oogmerk in het geneesmiddel Atozet zijn samengevoegd, konden de handelsvergunningen van derde-partijen niet op grond van artikel 10 ter van de Geneesmiddelenrichtlijn en/of artikel 42, negende lid van de Geneesmiddelenwet worden vergund. Dat een groot aantal vertegenwoordigers van de lidstaten in CMDh en de Europese Commissie het wenselijk achten dat deze aanvraagroute om proceseconomische redenen wordt opengesteld voor een tweede firma (zoals derde-partijen), en in lijn daarmee in een aantal lidstaten een bestendige praktijk is ontstaan om dat toe te staan, neemt niet weg dat artikel 10 ter van de Geneesmiddelenrichtlijn daarvoor geen ruimte biedt.
Betrokken advocaten
mr. M.K. Polano
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6395, Raad van State, 24-12-2025, 202205361/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20203, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, C/09/690744/ KG ZA 25-854
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:8850, Rechtbank Rotterdam, 10-09-2024, ROT 24/7847
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2020, Rechtbank Amsterdam, 18-04-2024, C/13/743125 / HA RK 23-386
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juli 2022
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
HAA 20/6408
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:8824