Juristi.nl

ECLI:NL:RBNHO:2023:10711, Rechtbank Noord-Holland, 03-11-2023, 22/6256 en 22/6257 — RBNHO:2023:10711

Samenvatting

Het geschil betreft de vraag of verweerder aan eiser in zowel zijn hoedanigheid van kapitein van vaartuig IJM-64 als in zijn hoedanigheid van houder van visvergunning met nummer 124075 (toegekend aan vaartuig IJM-64) zeven punten heeft mogen toekennen. Aan de toekenning van deze in totaal 14 punten heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser op 17, 18 en 28 mei 2021 zonder geldige visvergunning met vissersboot IJM-64 met staand wand heeft gevist in het Brouwershavensche Gat. […] Gelet op het dossier kan de rechtbank niet anders dan vaststellen dat eiser ten tijde van de controles op 17, 18, en 28 mei 2021 geen visvergunning had op basis waarvan hij met staand wand mocht vissen in Het Brouwershavensche Gat. […] Derhalve heeft hij het verbod overtreden om zonder visvergunning met staand want te vissen in de kustwateren. […] Het betoog van eiser dat hij twee keer wordt gestraft voor hetzelfde feit nu hem twee keer zeven punten zijn opgelegd waarmee sprake is van schending van het ne bis in idem beginsel, volgt de rechtbank niet. Weliswaar betreft het hier de facto strafpunten maar het gaat hier niet om strafrechtelijke maatregelen met als doel leedtoevoeging. De strafpunten zijn er op gericht verdere overtreding van het verbod om te vissen zonder visvergunning te voorkomen en hebben in die zin een reparatoir karakter (herstelsanctie). De opgelegde punten betreffen een bestuursrechtelijke reparatoire maatregel waarbij het ne bis in idem beginsel niet van toepassing is. De rechtbank verwijst hierbij naar artikel 5:8 van de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge dit artikel kan indien twee of meer voorschriften zijn overtreden, voor de overtreding van elk afzonderlijk voorschrift een bestuurlijke sanctie worden opgelegd. Van belang is dat voor dezelfde feiten aan eiser in verschillende hoedanigheden strafpunten zijn toegekend. De strafpunten zouden ook kunnen worden toegekend als de kapitein van het visvaartuig en de houder van de visvergunning toegekend aan dat visvaartuig verschillende personen zouden zijn. […] De rechtbank is van oordeel dat verweerder het betoog van eiser dat de overtredingen hem niet kunnen worden verweten niet heeft hoeven aanmerken als een bijzondere omstandigheid om af te zien van het opleggen van de strafpunten. Eiser kan worden toegegeven dat de wetgeving ingewikkeld en onoverzichtelijk is. Van hem mag als professionele partij echter worden verwacht dat hij weet dat hij niet mag vissen zonder visvergunning en dat hij op basis van de aan hem verleende visvergunningen en machtigingen precies weet waar en wanneer hij mag vissen. De tekst van deze vergunningen en machtigingen zijn voldoende duidelijk en als dat anders zou zijn geweest, had eiser zich er van moeten vergewissen wat precies is vergund. Het aldus begrepen standpunt dat de toezichthouders bij de controles ook niet wisten wat eiser precies aan visactiviteiten was toegestaan, slaagt niet. Dit alleen al omdat eiser de betreffende vergunningen niet (allemaal) bij zich had. Het betoog van eiser faalt ook in zoverre.

Betrokken advocaten

mr. P.J. Kooijman

eiser

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 november 2023

Zaaknummer

22/6256 en 22/6257

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2023:10711

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2024:3248
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2024
Bestuursrecht; Europees Bestuursrecht
RBNHO:2024:1051
Rechtbank Noord-Holland·9 februari 2024
Bestuursrecht; Europees Bestuursrecht
RBNHO:2021:9425
Rechtbank Noord-Holland·4 maart 2021
Bestuursrecht; Europees Bestuursrecht
RBNHO:2017:4474
Rechtbank Noord-Holland·24 mei 2017
Bestuursrecht; Europees Bestuursrecht
RBDHA:2025:27158
Rechtbank Den Haag·26 november 2025
Bestuursrecht; Europees Bestuursrecht