ECLI:NL:RBNHO:2024:1036, Rechtbank Noord-Holland, 07-02-2024, 252369 — RBNHO:2024:1036
Samenvatting
Tussenvonnis. Geschil tussen (ex)bestuurders over overboeking van gelden van een vennootschap in Bahrein in 2013 aan derden. Het civiele vonnis in Bahrein leent zich niet voor erkenning in Nederland (quasi exequatur) conform de richtlijnen van de Hoge Raad. De (materiële) beslissing is niet toewijsbaar c.q. kan niet d.m.v. een Nederlands vonnis ten uitvoer worden gelegd. Het geschil zal in Nederland opnieuw moeten worden behandeld en afgedaan. Eiseres zal daartoe t.z.t. in de gelegenheid worden gesteld, indien en voor zover door de rechtbank is vastgesteld dat zij nog (in voldoende mate) bestaat om haar vordering geldend te maken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6896, Rechtbank Midden-Nederland, 29-12-2025, 601884 KG ZA 25-550
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:6691, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-10-2025, 200.337.018
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:6474, Rechtbank Noord-Holland, 13-06-2025, C/15/365485 / KG ZA 25-298
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:790, Gerechtshof Amsterdam, 01-04-2025, 200.328.028
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 februari 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
252369
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:1036