Rechter wijst inzagevordering Invorderingsbedrijf BV in bewijsbeslag af — RBNHO:2024:1304
bewijsbeslag / inzagevordering artikel 843a Rv / journalistieke bronbescherming
Eiser / verzoeker
Invorderingsbedrijf BV c.s. (tevens: Incassocenter BV, INC Zakelijk BV, CM Zakelijk BV)
Verweerder / gedaagde
voormalige klant (gedaagde), bijgestaan door voegende partijen Follow the Money BV en journalist
De voorzieningenrechter wijst de inzagevordering van Invorderingsbedrijf BV af, beveelt opheffing van het bewijsbeslag en teruggave van de beslagen bescheiden, en verbiedt een nieuw soortgelijk beslag zolang er geen eindvonnis is in een bodemprocedure.
- Inzagevordering op grond van artikel 843a Rv afgewezen: niet voldaan aan de vereisten voor afgifte van beslagen bescheiden
- Journalistieke bronbescherming speelde een zelfstandige rol: toewijzing zou vertrouwelijke bronneninformatie prijsgeven aan de wederpartij
- Bewijsbeslag opgeheven en Invorderingsbedrijf BV verboden opnieuw soortgelijk beslag te leggen zolang geen eindvonnis in bodemprocedure is gewezen
- Follow the Money en de journalist toegelaten als voegende partij vanwege direct belang bij bronbescherming
- Reconventionele vordering gedaagde toegewezen: teruggave bescheiden en vernietiging kopieën bevolen
Samenvatting
Invorderingsbedrijf BV, een incassobedrijf actief onder namen als 'Het Invorderingsbedrijf', voelde zich al jaren het slachtoffer van een georganiseerde lastercampagne. Het bedrijf wees daarvoor naar een voormalige klant, die in 2013 een incasso-opdracht had verstrekt maar de eindafrekening weigerde te betalen. Na een gerechtelijke procedure betaalde de man alsnog, maar de relatie bleef gespannen. Brieven over 'vuile was buitenhangen' en aankondigingen om 'reclame te maken' voor het bedrijf tekenden het conflict.
De negatieve publiciteit nam in de loop der jaren toe. Op consumentenwebsites verschenen kritische reacties, en in 2019 publiceerde onderzoeksplatform Follow the Money (FTM) een uitgebreid artikel over de werkwijze van het incassobedrijf, geschreven door journalist [eisers in incident]. De Raad voor de Journalistiek oordeelde dat FTM en de journalist zorgvuldig hadden gehandeld. In 2023 volgde een tweede FTM-artikel, en ook het BNNVARA-programma BOOS besteedde aandacht aan het bedrijf.
Invorderingsbedrijf BV bleef ervan overtuigd dat de voormalige klant de drijvende kracht was achter alle negatieve publiciteit. In november 2023 kreeg het bedrijf verlof voor een bewijsbeslag op digitale bestanden van de man. Een deurwaarder legde beslag op een groot aantal bestanden van zijn digitale gegevensdragers. Vervolgens spande Invorderingsbedrijf BV een kort geding aan om ook daadwerkelijk inzage te krijgen in het beslagen materiaal, zodat het die informatie kon gebruiken in een toekomstige schadevergoedingsprocedure wegens onrechtmatige daad.
FTM en de journalist vroegen tussenkomst in de procedure. Zij stelden dat toewijzing van de inzagevordering zou betekenen dat de vertrouwelijk aan de journalist verstrekte informatie van de bron — de voormalige klant — tegen zijn wil openbaar zou worden. Dat zou een directe schending vormen van de journalistieke bronbescherming, een grondrecht dat journalisten in staat stelt gevoelige informatie te ontvangen zonder dat bronnen later kunnen worden geïdentificeerd en benadeeld. De voorzieningenrechter liet FTM en de journalist toe als voegende partij aan de zijde van de gedaagde.
In de inhoudelijke beoordeling stond centraal of Invorderingsbedrijf BV recht had op afgifte van de beslagen bescheiden op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat artikel biedt een partij de mogelijkheid inzage te vorderen in bescheiden waarop zij een rechtmatig belang heeft. De voorzieningenrechter toetste of aan de voorwaarden daarvoor was voldaan — waaronder de eis dat de bescheiden voldoende bepaald zijn en dat er een rechtmatig belang bestaat.
De rechter wees de vordering van Invorderingsbedrijf BV af en gaf de reconventionele vordering van de gedaagde toe: de gerechtelijke bewaring moet worden beëindigd, de beslagen bescheiden moeten worden teruggegeven, gemaakte kopieën moeten worden vernietigd en het bewijsbeslag moet worden opgeheven. Bovendien kreeg Invorderingsbedrijf BV een verbod opgelegd om opnieuw een soortgelijk beslag te leggen zolang er geen eindvonnis is gewezen in een nog te starten bodemprocedure. Invorderingsbedrijf BV werd veroordeeld in de proceskosten.
Betrokken advocaten
mr. J.E. van Til
Follow the Money BV en journalist
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1125, Gerechtshof Amsterdam, 29-04-2025, 200.336.709/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:1962, Rechtbank Limburg, 26-02-2025, 11324357 \ CV EXPL 24-4911
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:16304, Rechtbank Den Haag, 02-10-2024, C/09/672052 / KG ZA 24-822
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2021, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-06-2024, 200.341.432_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Insolventierecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 februari 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/15/346977 / KG ZA 23-670
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:1304