ECLI:NL:RBNHO:2024:2127, Rechtbank Noord-Holland, 01-03-2024, AWB - 23 _ 4221 — RBNHO:2024:2127
Samenvatting
In deze zaak is de vraag aan de orde of het werkgeversdeel van de pensioenpremie over de niet-genoten vakantie-uren door de korpschef van politie moet worden uitbetaald aan de gewezen politieambtenaar. De rechtbank oordeelt op basis van rechtspraak van de Hoge Raad dat dit niet het geval is, omdat het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet als loon wordt aangemerkt.
Betrokken advocaten
mr. I.E.H. Versteijlen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:3111, Rechtbank Noord-Holland, 24-03-2026, HAA 25/2368
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2643, Rechtbank Noord-Holland, 16-03-2026, AWB - 26 _ 1221
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2287, Rechtbank Noord-Holland, 06-03-2026, HAA 25/3257
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:225, Centrale Raad van Beroep, 26-02-2026, 24/1983 POL
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 maart 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
AWB - 23 _ 4221
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:2127