ECLI:NL:RBNHO:2024:4466, Rechtbank Noord-Holland, 24-04-2024, 10638874 \ CV EXPL 23-3417 — RBNHO:2024:4466
Samenvatting
Deze zaak gaat over de vraag of een opdrachtgever recht heeft op schadevergoeding van een aannemer als gevolg van een fout in het werk. Daarvoor is nodig dat de aannemer niet tot herstel van het werk is overgegaan, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld. Daarvan is geen sprake. Partijen hebben namelijk op enig moment afgesproken dat de aannemer het werk in week 51 zou uitvoeren onder de voorwaarden dat er genoeg ruimte was voor het werk en de binnenkant van de dakopbouw niet was bekleed met gipsplaten. Aan die laatste voorwaarde heeft de opdrachtgever niet voldaan, zodat de aannemer was verhinderd binnen de overeengekomen termijn de werkzaamheden af te ronden. De vordering van de opdrachtgever wordt daarom afgewezen. De tegenvordering van de aannemer ziet op een eindfactuur en is met uitzondering van een gedeelte van een meerwerkpost toewijsbaar.
Betrokken advocaten
mr. M. Poland De
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:3436, Rechtbank Amsterdam, 23-05-2025, 11386570 \ CV EXPL 24-14100
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:874, Gerechtshof Amsterdam, 11-04-2023, 200.295.288/ 01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:1520, Rechtbank Amsterdam, 17-02-2023, 13.010859.21
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2021:7220, Rechtbank Noord-Holland, 24-08-2021, 5917691
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
10638874 \ CV EXPL 23-3417
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:4466