ECLI:NL:RBNHO:2024:8996, Rechtbank Noord-Holland, 13-08-2024, 24/3614 — RBNHO:2024:8996
Samenvatting
Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening. Het bezwaar van verzoekster heeft geen redelijke kans van slagen. Het betreft een afwijzing van een aanvraag voor een bijstandsuitkering. Verweerder heeft het onder de aanwezige omstandigheden aannemelijk kunnen achten dat (ex-)partner zijn hoofdverblijf bij verzoekster had. Verzoekster heeft geen relevante argumenten aangedragen noch bewijzen ter onderbouwing gepresenteerd van haar stelling dat (ex-)partner niet zijn hoofdverblijf bij haar heeft.
Betrokken advocaten
mr. M.E. van Dijk
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:448, Raad van State, 28-01-2026, 202505456/1/R3 en 202505456/2/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8333, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-11-2025, BRE 25-3475
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6184, Rechtbank Midden-Nederland, 14-11-2025, UTR 24/7443
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6427, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-09-2025, 24/6272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 augustus 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/3614
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:8996