ECLI:NL:RBNHO:2025:10693, Rechtbank Noord-Holland, 18-09-2025, 24/1253 — RBNHO:2025:10693
Samenvatting
TOZO - beroep gegrond. Eiser kan niet aangemerkt worden als zelfstandige in de zin van de Tozo. Uit artikel 1 volgt immers dat om onder de kring der rechthebbende te vallen, iemand eerst aangemerkt moet worden als zelfstandige en dat een voorwaarde daarvoor is dat iemand voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Eiser was niet aangewezen op arbeid in zijn eigen bedrijf, maar veeleer op inkomsten uit loondienst die hij tot april 2019 nog genoot en daarna op zijn spaargeld. Het college was bevoegd om de Tozo in te trekken. Het college heeft echter bij de terugvordering op grond van artikel 58, tweede lid, onder a, van de PW, onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiser, gelet op de gebrekkige informatie en onduidelijkheid destijds. Ook heeft het college ten onrechte geoordeeld dat de inlichtingenplicht (artikel 17 PW) geschonden is.
Betrokken advocaten
mr. E. van Sark
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6680, Rechtbank Den Haag, 20-03-2026, NL26.11826
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2366, Rechtbank Noord-Holland, 27-02-2026, HAA 24/5555
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1694, Rechtbank Noord-Holland, 20-02-2026, AWB - 25 _ 2311
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2451, Rechtbank Noord-Holland, 19-02-2026, HAA 24/7690
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 september 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/1253
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:10693