ECLI:NL:RBNHO:2025:11909, Rechtbank Noord-Holland, 17-10-2025, C/15/369113/KG ZA 25-564 — RBNHO:2025:11909
Samenvatting
Eiser vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de kantonrechter in kort geding waarin hij is veroordeeld de woning die hij van ZVH huurt te ontruimen. Hij stelt dat hij een zwaarwegend belang heeft bij voortgezet gebruik van de woning, waartegenover geen zwaarwegend belang van ZVH staat en dat sprake is van een kennelijke misslag in het ontruimingsvonnis. De voorzieningenrechter wijst de vordering van eiser af. Ook in dit executiegeschil heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij (inmiddels) wel zijn hoofdverblijf in de woning heeft, zodat hij zijn zwaarwegend belang bij voortgezet gebruik van de woning niet aannemelijk heeft gemaakt. Het ontruimingsvonnis berust verder niet op een kennelijke misslag of overduidelijke vergissing en ook zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven voor een andere beslissing.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:353, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-01-2026, 200.355.287
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:129, Rechtbank Rotterdam, 09-01-2026, 11508029 CV EXPL 25-1660
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:3, Rechtbank Noord-Holland, 05-01-2026, 11897894
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8621, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-12-2025, 200.351.584/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
17 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
C/15/369113/KG ZA 25-564
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:11909