ECLI:NL:RBNHO:2025:13941, Rechtbank Noord-Holland, 29-10-2025, 11637857 — RBNHO:2025:13941
Samenvatting
De vraag die voorligt, is of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden beëindigd op grond van dringend eigen gebruik door de verhuurders. De kantonrechter oordeelt dat de verhuurders onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de woning dringend nodig hebben voor eigen gebruik. De vordering wordt daarom afgewezen. Omdat de vordering wordt afgewezen, moet de kantonrechter beslissen of de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor een door hem vast te stellen bepaalde tijd wordt verlengd. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding de overeenkomst voor bepaalde tijd te verlengen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5986, Raad van State, 10-12-2025, 202202837/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1617, Centrale Raad van Beroep, 31-10-2025, 23/1967 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:770, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2025, 23/2563 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:104, Gerechtshof Amsterdam, 16-01-2025, 23-003301-23
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11637857
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13941