ECLI:NL:RBNHO:2025:15863, Rechtbank Noord-Holland, 01-10-2025, C/15/362329 / HA ZA 25-94 — RBNHO:2025:15863
Samenvatting
Discussie over het bestaan van een erfdienstbaarheid tot parkeren. Een van de dienende erven is verkocht en kan (conform de koopovereenkomst) alleen worden geleverd zonder dat er op dat perceel erfdienstbaarheden rusten. De huidige eigenaar van dit dienende erf meent primair dat de erfdienstbaarheid na een splitsing in appartementsrechten nooit op dit perceel is komen te rusten. Als de rechtbank daar anders over oordeelt, zou het recht inmiddels zijn verjaard. Subsidiair vordert de eigenaar van het dienende erf opheffing van de erfdienstbaarheid omdat de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij deze erfdienstbaarheid. De rechtbank legt eerst de inhoud van de erfdienstbaarheid tot parkeren uit op basis van de akte van vestiging en de partijbedoeling van destijds. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de erfdienstbaarheid niet door verjaring teniet is gegaan en dat uitoefening van de erfdienstbaarheid nog steeds mogelijk is. De eigenaar van het heersende erf heeft een redelijk belang bij handhaving van de erfdienstbaarheid. De vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid wordt daarom afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1331, Gerechtshof Amsterdam, 27-05-2025, 200.326.404
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2022:13437, Rechtbank Den Haag, 28-11-2022, C/09/627146 / HA ZA 22/284
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2022:1460, Gerechtshof Amsterdam, 17-05-2022, 200.268.603/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:3863, Gerechtshof Amsterdam, 07-12-2021, 200.266.661/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
1 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/15/362329 / HA ZA 25-94
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:15863