Tbs-maatregel van man opnieuw met een jaar verlengd — RBNHO:2025:4306
verlenging terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Veroordeelde (tbs-gestelde, geboren 1981)
De rechtbank verlengde de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege met één jaar.
- De tbs-maatregel wordt verlengd met één jaar omdat het recidiverisico zonder het kader als hoog wordt ingeschat.
- Na zeventien jaar behandeling wordt geconcludeerd dat zowel het impulsief ontremde gedragsbeeld als het verslavingsgedrag therapieresistent is.
- Forensische verslavingsklinieken en de huidige kliniek zien geen mogelijkheden meer om betrokkene te resocialiseren vanwege aanhoudend cannabis- en cocaïnegebruik.
- De komende periode wordt onderzocht of uitstroom naar een beschermde woonvorm (RIBW) met gedoogbeleid voor middelengebruik haalbaar is.
- Twee onafhankelijke gedragsdeskundigen en de kliniek adviseerden unaniem verlenging met één jaar.
Samenvatting
Een 43-jarige man die in 2006 werd veroordeeld voor een poging tot doodslag zit al bijna achttien jaar in de terbeschikkingstelling. De rechtbank Noord-Holland heeft op 27 maart 2025 beslist de maatregel opnieuw te verlengen, ditmaal met één jaar. De man verblijft in een forensisch-psychiatrische kliniek in Utrecht en zijn behandeling stagneert ernstig.
De man heeft naast een bipolaire-I-stoornis ook een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken, en hij kampt met een langdurige verslaving aan cannabis en cocaïne. Die verslavingsproblematiek staat zo op de voorgrond dat behandelaars na zeventien jaar moeten concluderen dat de behandeling weinig heeft opgeleverd. Meerdere medicamenteuze en psychotherapeutische interventies hebben niet geholpen. Zijn verslaving wordt als therapieresistent beschouwd.
De afgelopen jaren verliepen turbulent. In 2023 kwamen zijn onbegeleide verloven stil te liggen nadat twee medepatiënten aangifte tegen hem deden en er pornografisch materiaal op zijn apparaten werd gevonden. In de zomer van 2024 schond hij verlofvoorwaarden en was hij ongeoorloofd afwezig. Zijn verloven werden opnieuw on hold gezet. Hoewel hij zich inmiddels iets stabieler gedraagt dan in het voorjaar van 2023, valt hij steeds terug in middelengebruik.
Eind 2024 legden behandelaars zijn situatie voor aan collega's van andere afdelingen. De conclusie was eensluidend: binnen de huidige kliniek zijn geen mogelijkheden meer om hem te resocialiseren. Forensische verslavingsklinieken werden geconsulteerd, maar die zien ook weinig mogelijkheden, omdat zij volledige abstinentiemotivatie vereisen — iets wat de man niet heeft. Eén kliniek is bereid hem op te nemen, maar alleen als de behandelverantwoordelijkheid bij de huidige instelling blijft.
Twee onafhankelijke gedragsdeskundigen — een psychiater en een psycholoog — adviseerden beiden om de tbs-maatregel met één jaar te verlengen. Zij schetsen drie mogelijke scenario's voor de toekomst: plaatsing op een longstay-afdeling binnen het tbs-systeem, overplaatsing naar een forensische verslavingskliniek, of uitstroom naar een beschermde woonvorm (RIBW) met een gedoogbeleid voor middelengebruik. Die laatste optie achten betrokkenen het onderzoeken waard, maar er kleven risico's aan, onder meer de vraag of de man zich aan afspraken zal houden en wie eindverantwoordelijk wordt.
Zonder de maatregel wordt het risico op gewelddadig gedrag als hoog ingeschat. Behandelaars vrezen dat hij snel zal afglijden in een stuurloze levensstijl met intensief middelengebruik, wat kan leiden tot verbale en fysieke agressie. Ook roekeloos rijgedrag onder invloed wordt als concreet gevaar genoemd. De rechtbank ging mee in het advies en verlengde de tbs met één jaar, zodat in de komende periode kan worden onderzocht of een uitstroomtraject via de verslavingsreclassering haalbaar is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:952, Rechtbank Amsterdam, 20-01-2026, 13.017621.99 (2026)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8716, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-11-2025, P25-274
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12455, Rechtbank Noord-Holland, 28-10-2025, 15.870575.17
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7150, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 02-700235-18
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
15/630478-06
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:4306