ECLI:NL:RBNHO:2025:4390, Rechtbank Noord-Holland, 23-04-2025, C/15/363836 / KG ZA 25-187 — RBNHO:2025:4390
Samenvatting
De Staat is van plan op 8 mei 2025 een besluit te nemen tot (tijdelijke) wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit voor de luchthavens Schiphol (het LVB), waardoor het aantal vliegtuigbewegingen wordt beperkt tot maximaal 478.000 per jaar. Volgens de eiseressen is dat besluit in strijd met internationale regelgeving over de balanced approach, de Wet Luchtvaart (Wlv) en de Omgevingswet. Eiseressen vorderen dat de Staat verboden wordt dat besluit te nemen en dat RSG wordt verboden daaraan uitvoering te geven in de capaciteitsdeclaratie die zij op 8 mei 2025 afgeeft. De voorzieningenrechter verklaart eiseressen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen de Staat. Sinds 4 april 2025 staat tegen het besluit tot wijziging van het LVB beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Zodra het besluit is bekendgemaakt staat er dus een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open bij de bestuursrechter. Dat eiseressen die rechtsingang moeten afwachten is niet onredelijk bezwarend, omdat de schade die eiseressen stellen te lijden door het besluit, ook door een beslissing van de bestuursrechter kan worden voorkomen. Voor zover eiseressen wel nadeel ondervinden van het gegeven dat zij pas een voorziening kunnen vragen bij de Afdeling nadat het besluit is bekendgemaakt, weegt dat nadeel voor eiseressen niet op tegen de belangen die worden geschonden indien de bestuursrechtelijke procedure niet wordt doorlopen. Toewijzing van de vorderingen van de eiseressen zou namelijk de door de wetgever beoogde laagdrempelige rechtsbescherming voor omwonenden in de bestuursrechtelijke procedure onbegaanbaar maken. De vorderingen tegen RSG worden afgewezen, omdat de beoordeling van het besluit tot wijziging van het LVB is voorbehouden aan de Afdeling. Zolang de Afdeling daarover niet heeft beslist, is dus niet aannemelijk dat RSG onrechtmatig handelt door de capaciteitsdeclaratie te baseren op dat besluit.
Betrokken advocaten
mr. P. Huizing
eiser
mr. J. van Pelt
eiser
mr. A. Kleinhout
gedaagde
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2026:44, Gerechtshof Den Haag, 27-01-2026, 200.338.850/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2026:126, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, C/03/344119 / HA RK 25-123
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2026:328, Rechtbank Amsterdam, 14-01-2026, AMS 24/527, AMS 24/538, AMS 24/3088, AMS 24/3250, AMS 24/3412, AMS 24/3795, AMS 24/3886, AMS 24/3914, AMS 24/4104, AMS 24/4106 en AMS 24/7137
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22229, Rechtbank Den Haag, 15-10-2025, C/09/688569 / KG ZA 25-711
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 april 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/15/363836 / KG ZA 25-187
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:4390