ECLI:NL:RBNHO:2025:6812, Rechtbank Noord-Holland, 23-06-2025, 356846 — RBNHO:2025:6812
Samenvatting
Partijen zijn broers. Zij hebben jarenlang samengewerkt in een vennootschap onder firma (vof). Op 20 februari 2017 is {gedaagde} uit de vof getreden en heeft {Eiser}de onderneming van de vof als eenmanszaak voortgezet. De financiële afwikkeling van de vof heeft nog niet plaatsgevonden. De rechtbank bepaalt de wijze van verdeling van de vof, waarbij {Eiser} de helft van de waarde van het eigen vermogen per eind december 20016 aan {gedaagde} moet vergoeden. {gedaagde} heeft aangevoerd dat er meer vermogensbestanddelen van de vof zijn die moeten worden verdeeld. De rechtbank wijst dat af, omdat {gedaagde} dat onvoldoende heeft onderbouwd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:10654, Rechtbank Gelderland, 23-07-2025, C/05/435077 / HA ZA 24-221
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:1266, Gerechtshof Amsterdam, 13-05-2025, 200.334.264/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2023:10389, Rechtbank Noord-Holland, 18-10-2023, 332042
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2023:5746, Rechtbank Noord-Holland, 21-06-2023, C/15/334208 / HA ZA 22-711
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juni 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
356846
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:6812