Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:6991Bestuursrecht

ECLI:NL:RBNHO:2025:6991, Rechtbank Noord-Holland, 30-06-2025, HAA 24/3774 — RBNHO:2025:6991

Samenvatting

Woo-verzoek van 26 juni 2024 aan de minister van Algemene Zaken (AZ). Beroep gegrond. Bestreden besluit is in strijd met het motiveringsbeginsel. Verzocht om openbaarmaking van alle informatie die betrekking heeft op het kort geding (vonnis 16 februari 2021) en het daaropvolgende spoedappel (arrest 26 februari 2021) inzake de avondklok. Het Woo-verzoek is door AZ doorgezonden aan de ministeries van J&V en VWS en aan het RIVM, omdat het informatie betreft die bij deze ministeries berust (artikel 4.2 van de Woo). AZ heeft een beslissing genomen over de openbaarheid van de volgende documenten: 1. e-mail met de naam ‘RE kort geding avondklok’; 2. e-mail met de naam ‘RE Stichting Viruswaarheid e.a. inzake avondklok’; 3. e-mail AZ aan landsadvocaat (16 februari 2021 13:38) en email landsadvocaat aan AZ (16 februari 2021 13:41); en 4. whatsappbericht van AZ aan landsadvocaat (16 februari 2021 13:29) en whatsappbericht van landsadvocaat aan AZ (16 februari 2021 13:30). AZ heeft besloten documenten 1 en 2 openbaar te maken met uitzondering van persoonsgegevens, omdat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo). AZ heeft de openbaarmaking van documenten 3 en 4 geweigerd, omdat het belang van het goed functioneren van de Staat in deze zwaarder weegt dan het algemeen belang van openbaarmaking (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo). De vertrouwelijke correspondentie die is gevoerd met de landsadvocaat in de context van advisering en bijstand in een gerechtelijke procedure beschouwt AZ als informatie waarvan openbaarmaking het functioneren van de Staat in gevaar kan brengen. Daarbij merkt AZ op dat het belangrijk is dat vertrouwelijk kan worden gecommuniceerd met een advocaat. De gronden die eiser in beroep aanvoert gaan over de zoekslag; de documenten die ook onder de minister van J&V berusten en het ontbreken van een inventarislijst; de regierol van AZ en de doorzending; het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; en het belang van het goed functioneren van de Staat. De rechtbank vindt dat de beroepsgrond die gaat over de zoekslag gedeeltelijk slaagt. AZ heeft niet voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag precies is verricht. AZ heeft niet duidelijk gemaakt welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken in het documentmanagementsysteem, welke specifieke vragen de volgens AZ relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. Op dit punt is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het Woo-verzoek is beperkt in tijd en ook niet in zijn stelling dat AZ ten onrechte heeft nagelaten aan te geven hoe de interne werkprocessen ter zake van een Woo-verzoek er in algemene zin uitzien. De rechtbank vindt dat de beroepsgrond die gaat over de documenten die ook onder de minister van J&V berusten en het ontbreken van een inventarislijst gedeeltelijk slaagt. Deze beroepsgrond slaagt voor zover het gaat over het ontbreken van een inventarislijst. Met het oog op de vereiste transparantie moet het voor eiser inzichtelijk zijn door welk ministerie over de documenten die wel onder AZ berusten, maar die AZ niet heeft beoordeeld, een beoordeling op grond van de Woo wordt gegeven. Op dit punt is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtbank gaat aan dit gebrek voorbij met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat AZ dit gebrek heeft hersteld en het niet aannemelijk is dat eiser door de schending van het motiveringsbeginsel is benadeeld. Deze beroepsgrond slaagt niet voor zover eiser stelt dat AZ een besluit moet nemen over de bij hem aanwezige informatie die ook bij anderen aanwezig is. In een situatie zoals deze is een praktische aanpak in de vorm van afstemming tussen de verschillende ministeries in beginsel aanvaardbaar. Het is vanuit een oogpunt van efficiënte besluitvorming begrijpelijk dat wordt gekozen voor een aanpak waarbij elk ministerie alleen die documenten beoordeelt die van dat ministerie afkomstig zijn en niet alle documenten die onder het Woo-verzoek vallen en bij het ministerie berusten. Dit kan leiden tot een snellere besluitvorming. De rechtbank vindt dat de beroepsgrond die gaat over de regierol van AZ en de doorzending niet slaagt. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat AZ de door eiser voorgestane regierol op zich had moeten nemen. De Woo vereist dat het bestuursorgaan waarbij het Woo-verzoek is ingediend zich moet inspannen om te achterhalen onder welk bestuursorgaan nog documenten berusten die onder de reikwijdte van het verzoek vallen en dat dan een doorzendplicht geldt. In de Woo zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat van AZ verdergaande inspanningen mogen worden verwacht. De rechtbank ziet verder geen reden om te twijfelen aan de toelichting van AZ dat op basis van een uitvraag die is gedaan AZ met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weet dat behalve bij de ministers van J&V en VWS en het RIVM er geen andere documenten over de procedures inzake de avondklok bij andere bestuursorganen binnen de Rijksoverheid berusten. De rechtbank vindt dat de beroepsgrond die gaat over het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer gedeeltelijk slaagt. De rechtbank vindt dat e-mailextensies die de naam van een rechtspersoon bevatten openbaar gemaakt dienen te worden, ook indien de e-mails enkel de namen van personen weergeven zoals deze voorkomen in het adresboek. AZ kan daaraan gevolg geven door bijvoorbeeld een duiding op de e-mails of door deze namen openbaar te maken door in de inventarislijst de naam van de rechtspersoon die het e-mailbericht heeft verzonden en de naam van de rechtspersoon die het desbetreffende e-mailbericht heeft ontvangen te vermelden. Bij document 2 heeft AZ in het primaire besluit bij de inventarisatie van de documenten aangegeven dat het een e-mail betreft tussen de landsadvocaat en een medewerker van het ministerie van AZ. Door deze vermelding zijn de namen van de rechtspersonen openbaar gemaakt. Van een gebrek is dus geen sprake. Op document 1 zijn de e-mailextensies niet geduid. Evenmin zijn in het primaire besluit bij de inventarisatie van de documenten de namen van de verzendende en ontvangende rechtspersonen aangegeven ten aanzien van document 1. Aan deze openbaarmaking kleeft dus wel een gebrek. Het bestreden besluit is op dit punt in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vindt dat de beroepsgrond die gaat over het belang van het goed functioneren van de Staat slaagt. De rechtbank vindt het van groot belang dat AZ in vertrouwen overleg kan voeren met de landsadvocaat, om op die wijze een processtrategie te kunnen bepalen. Documenten 3 en 4 geven echter geen inzicht in de standpuntbepaling, de mogelijke alternatieven en de procespositie van AZ in de gerechtelijke procedure inzake de avondklok. De (gedeeltelijke) openbaarmaking daarvan vormt daarom geen belemmering in het contact tussen AZ en de landsadvocaat, die leidt tot een onevenredige benadeling van AZ in zijn procespositie. In dit geval weegt het algemene belang bij openbaarmaking daarom zwaarder dan de door deze weigeringsgrond te beschermen belangen. Het bestreden besluit is op dit punt in strijd met het motiveringsbeginsel.

Betrokken advocaten

mr. S.K. Setz

eiser

DNH advocatuur, AMSTERDAM

mr. E.C. Pietermaat

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. R.W. Veldhuis

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 juni 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

HAA 24/3774

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2025:6991

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:3279
Rechtbank Noord-Holland·25 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2942
Rechtbank Noord-Holland·24 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2781
Rechtbank Noord-Holland·19 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2808
Rechtbank Noord-Holland·19 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:3119
Rechtbank Noord-Holland·18 mrt 2026
Bestuursrecht