ECLI:NL:RBNHO:2025:7701, Rechtbank Noord-Holland, 03-07-2025, 11303680 WM — RBNHO:2025:7701
Samenvatting
Het is niet aan de kantonrechter om in zijn algemeenheid te oordelen dat digitale handhaving van geslotenverklaringen niet (meer) wenselijk of verdedigbaar is. Het is aan de wet- en regelgever om hierin keuzes te maken. De kantonrechter ziet evenmin ruimte om in zijn algemeenheid te oordelen dat digitale handhaving in strijd is met de namens betrokkene genoemde algemene rechtsbeginselen. Voor het stellen van een prejudiciële vraag is geen ruimte of aanleiding. De kantonrechter ziet verder in wat namens betrokkene is aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat digitale handhaving in strijd is met het in artikel 6 van het EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Niet is gebleken dat daadwerkelijk sprake is van een zodanig verwarrende maatregel dat zelfs zorgvuldige burgers structureel de fout in gaan, zoals namens betrokkene is betoogd. Dat in geval van digitale handhaving van geslotenverklaringen (ten opzichte van andere overtredingen) sprake is van een disproportioneel grote hoeveelheid overtredingen is niet onderbouwd en media-aandacht is daarvoor niet genoeg. Zelfs als dat het geval zou zijn, ziet de kantonrechter zonder nadere toelichting niet in waarom dat strijd zou opleveren met de in artikel 6 van het EVRM neergelegde rechten. In dit geval blijkt uit de beschikbare schouwrapporten dat de bebording met betrekking tot de geslotenverklaring juist was opgesteld en dat de bebording duidelijk zichtbaar was. Betrokkene had daarvan dus kennis kunnen nemen. Dat betrokkene de bebording niet goed of over het hoofd heeft gezien, is dan ook een omstandigheid waarvoor de gevolgen voor rekening van betrokkene dienen te komen. Geen reden om te matigen, beroep is dan ook ongegrond
Betrokken advocaten
mr. P.C. van den Aarsen
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:7593, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2025, 24/1082
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2895, Rechtbank Amsterdam, 15-05-2024, 23/1478
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:1157, Rechtbank Amsterdam, 04-03-2024, AMS 22/5704
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:1158, Rechtbank Amsterdam, 04-03-2024, AMS 23/5975
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 juli 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
11303680 WM
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:7701