ECLI:NL:RBNHO:2025:8686, Rechtbank Noord-Holland, 24-07-2025, 23/6449 — RBNHO:2025:8686
Samenvatting
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geweigerd de aangemelde schuld van eiseres over te nemen, dan wel te compenseren, omdat niet aannemelijk is geworden dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De schuld voldoet daarom niet aan de gestelde eisen van artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. Aangezien eiseres evident niet is benadeeld door het motiveringsgebrek dat kleeft aan de uitspraak op bezwaar, ziet de rechtbank daarin geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten in beroep.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:810, Rechtbank Noord-Holland, 28-01-2026, 25/3042
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1857, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 25/376 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5606, Raad van State, 19-11-2025, 202404340/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8684, Rechtbank Noord-Holland, 24-07-2025, HAA 24/7788
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 juli 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
23/6449
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:8686