ECLI:NL:RBNHO:2026:2064, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 25/2960 — RBNHO:2026:2064
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding. Eiseres is overtreder, maar de rechtbank ziet naar aanleiding van haar persoonlijke omstandigheden reden tot matiging van de boete. Daarnaast wordt de boete verder gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Eiseres krijgt dus deels gelijk en het beroep is dus gegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2714, Gerechtshof Amsterdam, 14-10-2025, 200.311.905
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:3640, Rechtbank Noord-Holland, 02-04-2025, C/15/361834 / KG ZA 25-62
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2617, Gerechtshof Amsterdam, 17-09-2024, 200.324.856/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2293, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-07-2024, 200.320.451_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
25/2960
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2064