Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:3273Strafrecht

Rechter wijst kwijtschelding ontnemingsvordering af wegens onvoldoende financieel inzicht — RBNHO:2026:3273

ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / kwijtschelding betalingsverplichting

Eiser / verzoeker

verzoeker (veroordeelde)

VS

Verweerder / gedaagde

Staat der Nederlanden / Openbaar Ministerie

De rechtbank wijst zowel het verzoek tot kwijtschelding als het verzoek tot vermindering van de ontnemingsvordering van circa €159.922,50 af.

  • Verzoek tot kwijtschelding dan wel vermindering van ontnemingsvordering van €159.922,50 afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonmacht
  • AOW-uitkering en pensioengerechtigde leeftijd alleen zijn onvoldoende bewijs voor blijvende betalingsonmacht
  • Pakistaanse bankafschriften geven geen volledig inzicht in de financiële situatie; verzoeker had concrete en verifieerbare gegevens moeten aanleveren
  • Geldovermakingen naar bankrekeningen van kinderen wekken twijfel over mogelijke verberging van wederrechtelijk verkregen vermogen
  • Aanhouding van de behandeling in afwachting van CJIB-onderzoek afgewezen: lopend onderzoek doet niet af aan de bewijslast die op de verzoeker rust

Samenvatting

Een man die eerder werd veroordeeld voor witwassen, invoer van ketamine en valsheid in geschrift, vroeg de rechtbank om kwijtschelding of verlaging van een opgelegde ontnemingsvordering van ruim 159.000 euro. De rechtbank in Alkmaar wees dat verzoek af.

De man was in 2020 door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld. In hoger beroep stelde het gerechtshof Amsterdam in 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 162.322,50 euro. Dit bedrag moest hij terugbetalen aan de Staat. Na maandelijkse betalingen resteerde nog zo'n 159.922,50 euro. Dat vonnis is op 1 april 2025 onherroepelijk geworden.

Via zijn advocaat, mr. C.F. Korvinus, verzocht de man de rechtbank primair om volledige kwijtschelding. Subsidiair vroeg hij om verlaging van het bedrag tot 20.000 euro, waarna hij dat bedrag in maandelijkse termijnen van 400 euro plus een eenmalige betaling van 5.000 euro zou aflossen. Als argument voerde de raadsman aan dat zijn cliënt — 67 jaar oud — moet rondkomen van uitsluitend een AOW-uitkering, te ziek is om meer te verdienen en nu noch in de toekomst over vermogen beschikt.

Zowel het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) als de officier van justitie adviseerden het verzoek af te wijzen. Het CJIB wees erop dat de man zijn financiële situatie onvoldoende had onderbouwd. Bovendien had hij niet uitgelegd wat er met het oorspronkelijk ontvangen criminele geld was gebeurd. Opmerkelijk was dat uit de overgelegde stukken bleek dat de man geld had overgemaakt naar bankrekeningen van twee van zijn kinderen, wat bij het CJIB twijfels opriep over de vraag of hij het wederrechtelijk verkregen vermogen elders had veiliggesteld. Het CJIB voerde op het moment van de zitting nog een onderzoek uit naar zijn financiële positie.

De raadsman verzocht hierop om aanhouding van de zaak, zodat de uitkomst van dat onderzoek kon worden afgewacht. De officier van justitie verzette zich daartegen en de rechtbank ging niet mee in dit verzoek.

De rechtbank stelde vast dat de man ter onderbouwing van zijn financiële situatie slechts twee bankafschriften van rekeningen in Pakistan had overgelegd. Dat acht de rechtbank onvoldoende om een volledig beeld te krijgen van zijn financiële positie. Het enkele feit dat iemand de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en een AOW-uitkering ontvangt, is op zichzelf geen bewijs van blijvende betalingsonmacht — zeker niet nu deze omstandigheden al waren meegewogen bij de vaststelling van het te betalen bedrag door het hof.

Voor een geslaagd verzoek tot kwijtschelding of verlaging moet een veroordeelde aannemelijk maken dat hij nu én in de toekomst niet in staat zal zijn de schuld te voldoen. Daarvoor zijn concrete, verifieerbare gegevens nodig: volledige bankafschriften, een overzicht van inkomsten en uitgaven en andere relevante documenten. Die had de man niet aangeleverd. De rechtbank wees zowel het verzoek tot kwijtschelding als het verzoek tot vermindering van de ontnemingsvordering volledig af.

Betrokken advocaten

mr. C.F. Korvinus

verzoeker

Korvinus Zandt Bruinsma Rafik advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

15/034856-20

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:3273

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter legt tbs op aan man die moeder aanviel met mes
Rechtbank Noord-Holland·31 mrt 2026
Strafrecht
Rechtbank heropent zedenzaak: getuige moet alsnog worden gehoord
Rechtbank Noord-Holland·26 mrt 2026
Strafrecht