Man veroordeeld voor verkrachting twee vrouwen met zelfmoorddreigementen — RBNHO:2026:3403
zedenmisdrijf / verkrachting
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor twee gevallen van schuldverkrachting (vrijspraak van de zwaardere opzetvariant); de concrete strafmaat is niet vermeld in het gepubliceerde deel van de uitspraak.
- Rechtbank acht verklaringen van beide slachtoffers betrouwbaar op grond van consistentie, details en ondersteunend bewijs (DNA, WhatsApp-berichten, bekentenis verdachte)
- Verdachte vrijgesproken van opzetverkrachting, maar veroordeeld voor schuldverkrachting: hij had ernstige reden moeten vermoeden dat de wil tot seks bij beide slachtoffers ontbrak
- Dreigementen van zelfmoord en zelfverminking met een mes als dwangmiddel vastgesteld als onderdeel van de verkrachting
- Voorwaardelijk verzoek tot horen slachtoffers als getuigen afgewezen wegens het noodzaakcriterium: verdediging had eerder de gelegenheid gehad maar niet benut
- WhatsApp-berichten van verdachte over seksuele handelingen, bloedverlies en mogelijke zwangerschap fungeerden als cruciaal steunbewijs voor de verklaring van het tweede slachtoffer
Samenvatting
Een man uit de regio Alkmaar stond terecht voor de verkrachting van twee vrouwen in de periode van medio 2024 tot medio 2025. Hij zou hen herhaaldelijk hebben gedwongen tot seks door te dreigen zichzelf van het leven te beroven of zichzelf te snijden met een mes als zij niet aan zijn wensen voldeden.
Het eerste slachtoffer, aangeduid als benadeelde 1, verklaarde dat de man meerdere keren seksuele handelingen bij haar had verricht, waaronder penetratie, in Alkmaar en omgeving. De verdachte ontkende aanvankelijk bij de politie enig seksueel contact te hebben gehad, maar nadat DNA-onderzoek aantoonde dat zijn DNA zeer waarschijnlijk bij het slachtoffer was aangetroffen, gaf hij alsnog toe een seksuele relatie met haar te hebben gehad. Veelzeggend was zijn eigen verklaring op de zitting: hij vertelde dat het eerste slachtoffer tijdens de seks steeds passief was en nergens op reageerde.
Het tweede slachtoffer, benadeelde 2, is begeleid woonachtig bij zorginstelling Philadelphia. Zij verklaarde dat de man haar eveneens meerdere keren seksueel had misbruikt. De verdachte ontkende dit, maar WhatsApp-berichten die hij aan het slachtoffer stuurde, spraken hem tegen. In die berichten schreef hij onder meer dat hij haar zou 'neuken', verwees hij naar bloedverlies bij haar en besprak hij de mogelijkheid dat zij zwanger kon zijn geraakt. Uit deze berichten leidde de rechtbank af dat er wel degelijk seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, inclusief penetratie.
De rechtbank beoordeelde uitvoerig de betrouwbaarheid van de verklaringen van beide slachtoffers. Beide vrouwen hadden in een kindvriendelijke studiosetting bij de politie consistente en gedetailleerde verklaringen afgelegd over wat er was gebeurd, waar en hoe. De rechtbank achtte die verklaringen geloofwaardig. Tegenover de geloofwaardigheid van de slachtoffers stelde de rechtbank vast dat de verdachte juist niet geloofwaardig had verklaard: hij loog in eerste instantie over het seksueel contact en draaide pas bij nadat het DNA-bewijs tegen hem sprak.
De verdediging bepleitte vrijspraak en voerde aan dat de verklaringen van de slachtoffers onbetrouwbaar waren. Voor het tweede feit stelde de raadsvrouw bovendien dat er helemaal geen bewijs was dat seksuele handelingen hadden plaatsgevonden. De rechtbank verwierp beide verweren. De raadsvrouw verzocht ook, voorwaardelijk, de slachtoffers alsnog als getuigen te horen. De rechtbank wees dat verzoek af: de verdediging had ruimschoots de tijd gehad om de slachtoffers te laten horen via de rechter-commissaris, maar had die mogelijkheid niet benut. Het was dan ook niet noodzakelijk om hen alsnog ter zitting te horen.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de zwaardere variant — opzetverkrachting, waarbij hij wist dat de wil tot seks ontbrak — maar veroordeelde hem wel voor schuldverkrachting: hij had ernstige redenen moeten vermoeden dat beide vrouwen de seksuele handelingen niet wilden. De verdachte werd schuldig bevonden aan beide feiten en veroordeeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:119, Gerechtshof Amsterdam, 20-01-2026, 200.358.678/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2026:9, Gerechtshof Amsterdam, 06-01-2026, 200.357.706/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15743, Rechtbank Noord-Holland, 09-12-2025, 15/364120-24; 15/332161-24 (gev.); 15/199670-23 (gev.); 15/371762-24 (gev.); 15/161219-24 (vord. tul)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14051, Rechtbank Noord-Holland, 02-12-2025, 15.165434.25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
15/219624-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3403