ECLI:NL:RBNNE:2016:5004, Rechtbank Noord-Nederland, 15-11-2016, LEE 16/2 — RBNNE:2016:5004
Samenvatting
Een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen moet pas als een aanvraag worden beschouwd indien het verzoek voldoende concreet is en gericht is tot het bevoegde gezag. In dit geval heeft eiseres, voor zover zij beoogde een aanvraag in te dienen, dit in de brief niet eenduidig en ondubbelzinnig duidelijk gemaakt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, en hoofdstuk 4 van de Awb heeft ingediend. Van het niet tijdig beschikken op een aanvraag en van het ontstaan van een vergunning van rechtswege is dus geen sprake.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1512, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, SGR AWB 25/3637
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:94, Rechtbank Noord-Nederland, 19-01-2026, C/18/251143 / KG ZA 25-217
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5619, Rechtbank Noord-Nederland, 24-12-2025, LEE 25/4273 en 25/4275
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5154, Rechtbank Noord-Nederland, 15-12-2025, LEE 25/5115
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 november 2016
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 16/2
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2016:5004