ECLI:NL:RBNNE:2020:2962, Rechtbank Noord-Nederland, 04-08-2020, LEE 19/2490 — RBNNE:2020:2962
Samenvatting
AW. Het besluit tot plaatsing van eiser bij ZSM zonder daar een compensatie tegenover te stellen, acht de rechtbank juist. Een coulanceregeling maakte geen onderdeel uit van de afspraken. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder het verzoek van eiser om in aanmerking te komen voor een waarnemingstoelage ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om terug te komen van eerdere besluiten. Verweerder dient het verzoek van eiser om een waarnemingstoelage alsnog inhoudelijk te beoordelen. Het beroep is, voor zover het bezwaar tegen het primaire 2 ongegrond is verklaard, gegrond.
Betrokken advocaten
mr. P.W. Kuijper
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2021:2081, Rechtbank Gelderland, 26-04-2021, AWB - 20 _ 3061
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:374, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1840 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:369, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1776 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2021:370, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2021, 20/1778 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 augustus 2020
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
LEE 19/2490
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2020:2962