ECLI:NL:RBNNE:2020:4441, Rechtbank Noord-Nederland, 10-12-2020, LEE 19/2972 — RBNNE:2020:4441
Samenvatting
AW. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat eiser geen recht heeft op vertragingsschade in de vorm van wettelijke rente. Dat aan eiser een smartengelduitkering op grond van artikel 54a van het Barp is toegekend, gebaseerd op het geïndexeerde maximumbedrag voor 2020, vormt geen reden voor het niet (meer) toekennen van wettelijke rente aan eiser. Dat aan eiser in 2020 achteraf een bedrag aan (nabetaling van) smartengelduitkering is toegekend, gebaseerd op het geïndexeerde maximumbedrag voor 2020, maakt dat niet anders. Er bestaat grond voor toekenning aan eiser van vertragingsschade in de vorm van wettelijke rente over de (nabetaling van de) smartengelduitkering. Beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door de wettelijke rente te berekenen.
Betrokken advocaten
mr. T. Tjon
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1716, Centrale Raad van Beroep, 13-11-2025, 24/1701 POL
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7164, Rechtbank Midden-Nederland, 24-09-2025, UTR 23/5070
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2024:7727, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2024, UTR 24/1796
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:1743, Centrale Raad van Beroep, 05-09-2024, 23/1270 POL
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 december 2020
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
LEE 19/2972
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2020:4441