ECLI:NL:RBNNE:2021:4134, Rechtbank Noord-Nederland, 07-09-2021, LEE 21/1373 — RBNNE:2021:4134
Samenvatting
Bij besluit van 3 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de huurtoeslag over 2019 definitief berekend op € 0. Het uitbetaalde voorschot ten bedrage van € 3.319 is teruggevorderd. De rechtbank komt tot de slotsom dat de huurtoeslag over het berekeningsjaar 2019 terecht is herzien. Het beroep, voor zover dat is gericht tegen de vaststelling van het recht op huurtoeslag over het berekeningsjaar 2019, is ongegrond. Het besluit tot terugvordering van € 3.319 aan te veel uitgekeerde voorschotten is evenwel genomen in strijd met artikel 26, tweede lid van de Awir. Daarom zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren voor zover dat is gericht tegen het terugvorderingsbesluit. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen voor zover daarbij is besloten tot terugvordering van € 3.319.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:414, Raad van State, 27-01-2026, BRS.25.002074
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:258, Raad van State, 19-01-2026, BRS.25.002710
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26810, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.23946 en NL25.23947
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27125, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, NL25.58914
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 september 2021
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 21/1373
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4134