ECLI:NL:RBNNE:2023:2600, Rechtbank Noord-Nederland, 28-06-2023, C/19/137727/ HA ZA 21-190 — RBNNE:2023:2600
Samenvatting
De Stichting verzorgde in opdracht van de Gemeente onderwijs aan asielzoekerskinderen. Omdat het onderwijs na 1 oktober 2014 is gestart, was sprake van een aanloopperiode waarin de kosten voor het onderwijs al wel gemaakt werden, maar de financiering vanuit de Staat (nog) niet voldaan werd. De Gemeente heeft die kosten betaald, maar meent dat de Stichting deze moet terugbetalen omdat volgens haar was afgesproken dat zij dit alleen zou voorschieten zolang de reguliere geldstromen niet op gang waren gekomen. De Stichting betwist dit en heeft het geld niet terugbetaald; inmiddels is ze failliet verklaard. De Gemeente houdt de bestuurder van de Stichting aansprakelijk omdat volgens haar aan de bestuurder is te verwijten dat de Stichting niet aan haar terugbetalingsverplichting kan voldoen en omdat zij ontvangen gelden voor aan haar gelieerde Stichtingen heeft gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder geen persoonlijk ernstig verwijt treft en dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld. De Stichting mocht er redelijkerwijs vanuit gaan dat de mondelinge overeenkomst zo moest worden uitgelegd dat de Stichting (ook) voor het door haar verzorgde onderwijs gedurende de overbruggingsperiode betaald zou worden door de opdrachtgever, de Gemeente. Wat betreft de overbruggingsperiode heeft de Gemeente dus geen vordering. Bovendien heeft de bestuurder bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst over bedragen die wél terugbetaald moesten worden, openheid van zaken gegeven over de financiële situatie van de Stichting en zekerheden verstrekt. Dat gelden die aan de Stichting toekwamen zijn aangewend voor andere stichtingen binnen de groep, acht de rechtbank in het licht hiervan geen ernstig verwijt omdat de Gemeente volledige inzage heeft gehad in de financiële situatie van de hele groep.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:163, Gerechtshof Amsterdam, 27-01-2026, 200.300.335/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:15323, Rechtbank Rotterdam, 04-12-2025, ROT 25/7537
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5502, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-09-2025, 200.341.235
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6488, Rechtbank Amsterdam, 03-09-2025, C/13/772472 KG ZA 25-563
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
28 juni 2023
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/19/137727/ HA ZA 21-190
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:2600