ECLI:NL:RBNNE:2025:4273, Rechtbank Noord-Nederland, 14-10-2025, 248092 — RBNNE:2025:4273
Samenvatting
Perspectiefbesluit en verlenging OTS en UHP. Art 8 EVRM. Wanneer jeugdbeschermers vinden dat het beste toekomstperspectief voor een kind niet meer bij de ouders ligt en een daarop gebaseerd perspectiefbesluit nemen, behoren zij de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken om te onderzoek te doen naar de vraag of er nog binnen een voor het kind en zijn of haar ontwikkeling aanvaardbare termijn perspectief bestaat op hereniging met zijn of haar ouders en of de tijdelijke maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wel passend en geëigend zijn of dat een verderstrekkende maatregel noodzakelijk is. De GI heeft dit echter niet gedaan. Daardoor is er kostbare tijd verloren gegaan die gebruikt had moeten worden om te onderzoeken waar het opgroeiperspectief voor het kind ligt. Daarbij moet altijd worden gekeken of en onder welke voorwaarden een kind weer bij zijn ouders kan wonen. Wanneer, zoals hier, de GI dat nalaat is er een onaanvaardbaar risico dat door het verlengen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing de aanvaardbare termijn waarbinnen kan worden onderzocht en afgewacht of ouders weer zelf de opvoedingsverantwoordelijkheid kunnen dragen, onbenut verstrijkt. De kinderrechter grijpt in door zelf een onderzoeksopdracht te geven aan de Raad. Uitoefenen gezag door GI. De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af, omdat het gaat om een bijzonder ingrijpend verzoek dat het de uitoefening van het gezag door de ouders beperkt. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van het artikel waarop de GI haar verzoek grondt, blijkt dat de rechter duidelijk moet motiveren waarom in een specifiek geval en gericht op de specifieke belangen van een kind het noodzakelijk is dat het ouderlijk gezag wordt overgeheveld. Waarom vorenbedoelde noodzakelijkheid zich voortdoet is echter niet duidelijk gemaakt. De GI verzoekt bovendien een machtiging die onvoldoende bepaalbaar is, zo ontbreekt bijvoorbeeld een duiding van de medische behandeling die het kind nodig heeft.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2760, Gerechtshof Amsterdam, 14-10-2025, 200.340.811/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:3974, Rechtbank Noord-Holland, 10-04-2025, 15.395394.24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:2153, Rechtbank Rotterdam, 07-02-2025, 10-330148-24 / 13-037542-22
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:4537, Rechtbank Den Haag, 03-04-2023, 09/159830-22
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
248092
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:4273