Groninger jongeman veroordeeld voor neersteken vriend na vuistslag — RBNNE:2026:1024
poging tot doodslag / noodweerexces / jeugdstrafrecht
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 2003)
Verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag tot jeugddetentie van 365 dagen (waarvan 296 voorwaardelijk), een werkstraf van 150 uur en een contactverbod met het slachtoffer.
- Rechtbank acht poging tot doodslag bewezen: verdachte stak slachtoffer driemaal met keukenmes na vuistslag, waardoor klaplong ontstond
- Beroep op noodweerexces verworpen omdat de aanranding al was beëindigd en het slachtoffer excuses aanbood en wegliep — geen noodweersituatie meer aanwezig
- Jeugdstrafrecht toegepast en feit in verminderde mate toegerekend vanwege vastgestelde ASS en PTSS
- Jeugddetentie van 365 dagen opgelegd, waarvan 296 voorwaardelijk, plus werkstraf van 150 uur en contactverbod met slachtoffer
Samenvatting
Een 22-jarige man uit Groningen werd op 17 oktober 2025 veroordeeld voor een poging tot doodslag op een kennis. De twee hadden afgesproken samen naar de stad te gaan, maar de avond liep ernstig uit de hand.
De twee vertrokken samen op de fiets, maar de kennis bedacht zich onderweg en wilde niet meer naar de stad. Dat leidde tot een discussie, waarna de kennis de verdachte een klap op zijn neus gaf. Wat volgde was dramatisch: de verdachte haalde een keukenmes tevoorschijn dat hij bij zich droeg, en stak het slachtoffer driemaal — in de arm en in de rug. Daarna fietste hij gewoon naar huis, terwijl het slachtoffer gewond achterbleef op straat.
Het slachtoffer liep ernstig letsel op. Naast steekwonden in zijn arm en rug kreeg hij ook een klaplong, waarvoor een drain in zijn borstkasholte moest worden geplaatst. Hij lag meerdere dagen in het ziekenhuis. In een slachtofferverklaring beschreef hij hoe het incident ook psychische littekens heeft achtergelaten.
De verdediging voerde aan dat de verdachte recht had op noodweerexces: hij zou hebben gehandeld vanuit paniek en angst die werden veroorzaakt door de aanval, mede gezien zijn diagnoses autismespectrumstoornis (ASS) en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Volgens de raadsvrouw triggerde de vuistslag hevige angstgevoelens bij de jongeman, wat de grenzen van zijn reactie verklaarde.
De rechtbank verwierp dit verweer. Cruciaal was dat de aanval van het slachtoffer al voorbij was op het moment dat de verdachte toesloeg. Het slachtoffer liep bij hem weg en bood zelfs zijn excuses aan. Van een onmiddellijk dreigend gevaar was geen sprake meer. De verdachte kon zich bovendien eenvoudig aan de situatie onttrekken — hij stond op de openbare weg en het slachtoffer liep weg. Dat hij in plaats daarvan achter hem aan rende en hem neerstak, kwalificeerde de rechtbank als aanvallend gedrag, niet als verdediging. Noodweerexces slaagt ook juridisch alleen als er eerst een noodweersituatie bestond — die was hier niet aanwezig.
Wel hield de rechtbank uitdrukkelijk rekening met de persoon van de verdachte. Een Pro Justitia-rapport van een gz-psycholoog stelde vast dat de ASS en PTSS het strafbare feit deels verklaren, en adviseerde het feit in verminderde mate aan hem toe te rekenen. De rechtbank volgde dat advies. Ook werd besloten het jeugdstrafrecht toe te passen, gezien de kwetsbare persoonlijkheid en het psychisch functioneren van de verdachte, die ten tijde van het feit 22 jaar oud was.
De rechtbank legde uiteindelijk een jeugddetentie van 365 dagen op, waarvan 296 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Daarnaast werd een werkstraf van 150 uur opgelegd, en werden bijzondere voorwaarden verbonden aan het voorwaardelijk deel, waaronder een contactverbod met het slachtoffer. Met die straf volgde de rechtbank de eis van de officier van justitie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Groninger man veroordeeld voor hamераanval op buurman
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Rechtbank heropent zaak brandstichting Ter Apel voor nader onderzoek
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:701, Rechtbank Noord-Nederland, 10-03-2026, 18-228391-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:579, Rechtbank Noord-Nederland, 27-02-2026, 18.166904.25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18-276977-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1024