Man uit Hurdegaryp verstopte camera's in woning ex-partner en sliep in haar kledingkast — RBNNE:2026:1042
belaging / stalking
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld tot 160 dagen gevangenisstraf (waarvan 120 voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar) en een taakstraf van 150 uur; vrijgesproken van achtervolgen in supermarkt.
- Verdachte plaatste heimelijk drie camera's met microfoon in de woning van zijn ex-partner, ook gericht op haar bed, en luisterde haar stelselmatig af.
- Rechtbank spreekt verdachte vrij van achtervolgen in supermarkt wegens mogelijk toeval in klein dorp, maar acht beschadigen kleding wel bewezen op basis van foto's en aanwezigheid in kledingkast.
- Rechtbank legt 160 dagen gevangenisstraf op (120 voorwaardelijk) en taakstraf van 150 uur, conform de vordering van de officier van justitie.
- Gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod 5 jaar, art. 38v Sr) wordt niet opgelegd naast de voorwaardelijke gevangenisstraf.
Samenvatting
Een man uit Hurdegaryp heeft maandenlang zijn ex-partner bespioneerd en geterroriseerd nadat hun relatie was beëindigd. De rechtbank Noord-Nederland veroordeelde hem wegens belaging voor een reeks ernstige, stelselmatige inbreuken op haar persoonlijke levenssfeer.
De gedragingen waren uitzonderlijk indringend. De man plaatste heimelijk drie camera's met microfoon in de woning van de vrouw: één achter een radiator in de woonkamer en één in een kast in de slaapkamer, gericht op haar bed. Via die apparatuur luisterde hij gesprekken af tussen haar en de kinderen en bespiedde hij haar op de meest intieme momenten. Ook verschaffte hij zich zonder toestemming toegang tot haar sociale media en plaatste daar berichten. Hij luisterde haar af vanachter de schutting in de tuin en trok was van haar waslijn.
Bijzonder beangstigend was dat de man zich meerdere keren onverwacht in de woning begaf. Op een nacht verborg hij zich zelfs in haar inloopkledingkast. Hij hield haar op ook werkadres in de gaten, dreigde haar seksleven openbaar te maken, dreigde haar uit de woning te zetten en dreigde meldingen te doen zodat zij de kinderen niet meer zou mogen zien. De periode van deze belaging liep van augustus tot december 2025.
De man bekende het grootste deel van de feiten. Alleen het beschadigen van haar kleding en het achtervolgen in de supermarkt ontkende hij. De rechtbank sprak hem vrij van het achtervolgen: omdat beiden in een klein dorp wonen met weinig supermarkten, valt een toevallige ontmoeting niet uit te sluiten. Het beschadigen van de kleding achtte de rechtbank echter wel bewezen. Foto's in het dossier toonden beschadigingen van vergelijkbare vorm en omvang, waarschijnlijk toegebracht met hetzelfde voorwerp. Het feit dat hij aantoonbaar in haar kledingkast was geweest voor het plaatsen van camera's, sterkte de rechtbank in die overtuiging.
De vrouw en haar kinderen werden ernstig geraakt. Bij haar ontstonden gevoelens van angst, onrust en onveiligheid. De kinderen waren getuige van het gedrag en zullen daar ook nadelige gevolgen van hebben ondervonden.
De reclassering rapporteerde positief over het gedragsverloop van de man: zijn fixatie op zijn ex-partner leek afgenomen of verdwenen, hij hield zich goed aan de reclasseringsafspraken en was geschrokken van een eerdere opheffing van zijn schorsing en het dragen van een enkelband. Alcohol bleek mogelijk een grotere rol te hebben gespeeld dan aanvankelijk gedacht. Het recidiverisico werd lager ingeschat.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 160 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden conform het reclasseringsadvies, alsmede een taakstraf van 150 uur. Voor de gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod van vijf jaar zag de rechtbank geen noodzaak naast de al opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:167, Rechtbank Noord-Nederland, 27-01-2026, 18/388023-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4904, Rechtbank Noord-Nederland, 04-12-2025, 18/221761-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4906, Rechtbank Noord-Nederland, 04-12-2025, 18/347430-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4907, Rechtbank Noord-Nederland, 04-12-2025, 18.347430.24 ontneming
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18-276792-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1042