Fabiton wint: ex-werknemer mag niet bij concurrent FAB aan de slag — RBNNE:2026:1052
non-concurrentiebeding / arbeidsrecht
Eiser / verzoeker
Fabiton B.V.
Verweerder / gedaagde
voormalig werknemer (gedaagde)
Fabiton wint: de kantonrechter verbiedt de werknemer tot 1 februari 2027 in dienst te treden bij FAB, op straffe van een dwangsom van €10.000 per overtreding plus €1.000 per dag.
- Functieverbreding (toevoeging ademluchtactiviteiten) kwalificeert niet als ingrijpende functiewijziging die het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk vereist
- Werknemer had unieke, concurrentiegevoelige kennis over klanten, strategie en bedrijfsvoering op het nichegebied van ademluchtactiviteiten
- Belang Fabiton bij handhaving concurrentiebeding weegt zwaarder dan belang werknemer bij vrije arbeidskeuze
- Tegenvordering tot schorsing concurrentiebeding en verzoek om billijke vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW beide afgewezen
- Dwangsom opgelegd van €10.000 per overtreding en €1.000 per dag bij overtreding van het verbod
Samenvatting
Een voormalig verkoper buitendienst van het Leeuwardense bedrijf Fabiton B.V. wilde na zijn vertrek in dienst treden bij FAB Riool en Wegenbeheer B.V., een concurrent op het gebied van het reinigen van mest- en vergistingsopslagsystemen met ademluchtapparatuur. Fabiton stapte naar de rechter om dat te voorkomen, met een beroep op het non-concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst.
De werknemer was van februari 2019 tot februari 2026 in dienst bij Fabiton als Verkoper Buitendienst. Gedurende zijn dienstverband had hij een centrale rol gespeeld in het opzetten en commercieel uitbouwen van de ademluchtactiviteiten van het bedrijf: hij deed klantenacquisitie, stelde een strategisch beleidsplan op en implementeerde dat binnen de organisatie. Fabiton vreesde dat hij met die kennis bij FAB — een nieuwe speler op diezelfde markt — concurrentiegevoelige informatie zou meenemen.
De werknemer verweerde zich met het argument dat het concurrentiebeding zijn gelding had verloren. Zijn functie zou zo ingrijpend zijn gewijzigd tijdens zijn dienstverband — van gewone verkoper naar iemand die een hele nieuwe bedrijfstak had opgebouwd — dat het beding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen. Ook vorderde hij in een tegeneis dat het beding geschorst zou worden, dan wel dat hij een vergoeding zou krijgen voor elke maand dat hij eraan gebonden bleef.
De kantonrechter ging daar niet in mee. Juridisch geldt een dubbele toets: de functiewijziging moet van ingrijpende aard zijn én het concurrentiebeding moet daardoor aanzienlijk zwaarder zijn gaan drukken. Aan beide voorwaarden werd volgens de rechter niet voldaan. De uitbreiding van taken was weliswaar reëel, maar eerder te omschrijven als een functieverbreding dan als een fundamentele functiewijziging. Bovendien stelde Fabiton dat de ademluchtactiviteiten al bij aanvang van het dienstverband de bedoeling waren en dat de werknemer juist vanwege zijn kennis op dat terrein was aangetrokken.
Verder oordeelde de kantonrechter dat het belang van Fabiton bij handhaving van het beding zwaarder weegt dan het belang van de werknemer om bij FAB te kunnen werken. FAB is actief op exact hetzelfde nicheterrein als Fabiton, en de werknemer beschikt over gedetailleerde kennis van klanten, marktpositionering en concurrentiestrategie. Dat FAB een relatief nieuwe speler op de markt is, maakt die dreiging alleen maar groter.
De kantonrechter verbood de werknemer dan ook om vóór 1 februari 2027 in dienst te treden bij FAB of daaraan gelieerde ondernemingen. Bij overtreding verbeurt hij een dwangsom van €10.000 per overtreding, plus €1.000 per dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt. De tegenvordering om het concurrentiebeding te schorsen, en het verzoek om een billijke vergoeding, werden beide afgewezen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
12061759 \ VV EXPL 26-9
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1052